Rechter verhoogt dwangsom na herhaald talmen minister over nareisaanvraag — RBDHA:2026:7337
Niet-tijdig beslissen op nareisaanvraag / gezinshereniging (herhaald beroep met verhoogde dwangsom)
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (anoniem)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond: minister moet binnen twee weken beslissen op de nareisaanvraag, op straffe van een dwangsom van €200 per dag met een maximum van €15.000.
- Na een eerdere rechterlijke termijnstelling en het vollopen van een dwangsom van €15.000 had de minister nog altijd geen besluit genomen, waardoor een nieuwe ingebrekestelling niet vereist was.
- De rechtbank wijst het verzoek van de minister om een lagere dwangsom (max. €7.500) af, omdat een bestuursorgaan dat op voorhand aangeeft een uitspraak niet na te leven, het doel van de dwangsom ondermijnt.
- De beslistermijn wordt gesteld op twee weken (de wettelijke minimumtermijn van artikel 8:55d Awb), zonder coulance voor het fifo-principe van de minister.
- De dwangsom wordt verhoogd van €100 naar €200 per dag, met hetzelfde maximum van €15.000, vanwege de gebleken onvoldoende prikkelwerking van de eerdere dwangsom.
- Verweerder moet griffierecht (€194) en proceskosten (€467) vergoeden.
Samenvatting
Een asielzoeker die via de rechtbank al eerder afdwong dat de minister van Asiel en Migratie moest beslissen over een nareisaanvraag voor zijn ouders en een gezinsherenigingsaanvraag voor zijn broers en zussen, moest opnieuw naar de rechter. De minister had ook na de eerdere rechterlijke uitspraak — en het vollopen van een opgelegde dwangsom — nog altijd geen besluit genomen.
In maart 2025 had de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg) al vastgesteld dat de minister te traag handelde. De rechter stelde toen een nieuwe beslistermijn en koppelde daar een dwangsom van €100 per dag aan, met een maximum van €15.000. Die dwangsom liep vol zonder dat er een besluit volgde. In november 2025 stapte de eiser opnieuw naar de rechter.
De minister verwees in zijn verweer naar het zogenoemde 'first-in first-out'-principe, een werkwijze die hij sinds januari 2024 hanteert om nareisaanvragen eerlijker en voorspelbaarder te verwerken. Onder dat systeem zou de aanvraag van eiser naar verwachting pas in januari 2027 worden behandeld. De minister vroeg de rechter om een beslistermijn van twintig weken en een lagere dwangsom van maximaal €7.500, omdat hij er op voorhand van uitging de uitspraak niet te kunnen nakomen.
Die redenering viel slecht bij de rechtbank. De rechter stelde vast dat hij in de eerste uitspraak al een ruime, redelijke beslistermijn had gegund. Nu de minister ook die termijn niet had gehaald en de dwangsom was volgelopen zonder enig besluit, was er geen reden om opnieuw coulant te zijn. Het verzoek om een lagere dwangsom wees de rechter expliciet af: een bestuursorgaan dat op voorhand aangeeft een rechterlijke uitspraak niet na te zullen leven, handelt in strijd met het doel van de dwangsom als pressiemiddel.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Bij overschrijding van die termijn verbeurt de minister een dwangsom van €200 per dag, met een maximum van €15.000. Ook moet de minister het griffierecht van €194 vergoeden en €467 aan proceskosten betalen.
Betrokken advocaten
mr. M. Noslin
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:16014, Rechtbank Den Haag, 22-08-2025, NL25.17257
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:5947, Rechtbank Den Haag, 17-04-2024, NL23.13965
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:2927, Rechtbank Den Haag, 29-02-2024, NL23.23976
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:19124, Rechtbank Den Haag, 07-12-2023, NL23.31955
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.55719
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7337