Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7357Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter verhoogt dwangsom na aanhoudende traagheid minister bij gezinshereniging — RBDHA:2026:7357

niet tijdig beslissen / dwangsom / gezinshereniging / machtiging tot voorlopig verblijf

Eiser / verzoeker

Eiser (naam geanonimiseerd), aanvrager gezinshereniging

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen twee weken beslissen op de aanvraag op straffe van een dwangsom van €200 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 proceskosten vergoeden.

  • Minister heeft ondanks eerdere rechterlijke termijn en vollopen van eerste dwangsom (€15.000) nog altijd geen besluit genomen op de gezinsherenigingsaanvraag
  • Rechtbank legt kortst mogelijke nieuwe beslistermijn op van twee weken in plaats van de door minister gevraagde twintig weken
  • Dwangsom verhoogd van €100 naar €200 per dag omdat de vorige prikkel onvoldoende effectief is gebleken
  • Minister die in zijn verweerschrift al anticipeert op niet-naleving handelt in strijd met het karakter van de dwangsom als instrument om tot beslissen aan te zetten
  • Verzoek om bestuurlijke dwangsom afgewezen omdat die al in de eerste uitspraak was vastgesteld en een tweede ingebrekestelling niet opnieuw een dwangsom doet verbeuren

Samenvatting

Een man wacht al jaren op een beslissing van de minister van Asiel en Migratie over een verblijfsvergunning voor zijn vrouw en kinderen. Hij heeft een zogeheten machtiging tot voorlopig verblijf aangevraagd in het kader van gezinshereniging, maar de minister heeft daar maar geen besluit over genomen.

Earlier dit jaar, in maart 2025, had de rechtbank Den Haag al ingegrepen. Toen werd het eerste beroep van de man gegrond verklaard en werd de minister opgedragen om binnen acht weken alsnog een besluit te nemen. Als nader onderzoek nodig zou zijn, gold een termijn van twintig weken. Bij overschrijding moest de minister een dwangsom betalen van honderd euro per dag, tot een maximum van vijftienduizend euro. Die dwangsom is inmiddels volledig volgelopen — maar er is nog steeds geen besluit genomen.

De man stapte daarom opnieuw naar de rechter. De minister verwijst in zijn reactie naar het zogenoemde 'first-in first-out'-principe dat hij sinds januari 2024 hanteert voor nareisaanvragen. Daarmee wil de minister de behandeling eerlijker en voorspelbaarder maken. Volgens dat systeem wordt de aanvraag van de man naar verwachting pas in januari 2027 behandeld. De minister vond een beslistermijn van twintig weken redelijk en vroeg de rechter om een lagere dwangsom van maximaal 7.500 euro vast te stellen.

De rechtbank trekt die redenering niet. De rechter wijst erop dat er al eerder een ruime beslistermijn was gegund en dat de minister daar geen gebruik van heeft gemaakt. Dat de maximale dwangsom inmiddels is volgelopen zonder dat er een besluit volgde, bewijst dat de vorige prikkel onvoldoende was. Bovendien vindt de rechtbank het opmerkelijk dat de minister in zijn reactie al anticipeerde op het niet naleven van een nieuwe uitspraak. Dat druist in tegen het doel van een dwangsom: het aanzetten tot actie, niet het afkopen van vertraging.

De rechtbank legt de minister nu een termijn van twee weken op om alsnog een besluit te nemen. Dat is de kortst mogelijke termijn volgens de wet. Doet de minister dat niet, dan moet hij tweehonderd euro per dag betalen, wederom tot een maximum van vijftienduizend euro. Ook moet de minister de proceskosten van de man vergoeden, vastgesteld op 467 euro.

Betrokken advocaten

mr. E.G. Grigorjan

eiser

Stieger Grigorjan Advocaten, 'S-HERTOGENBOSCH

mr. K. Manuela

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Zaaknummer

NL25.52339

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7357

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:8395
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8415
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8386
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8440
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8438
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht