Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7358Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechtbank wijst asielverzoek Syrische man af na beroep op PKK-rekrutering — RBDHA:2026:7358

asielrecht / vluchtelingenstatus Syrië

Eiser / verzoeker

Syrische asielzoeker (naam gepseudonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Het beroep is ongegrond verklaard; de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand en de man krijgt geen verblijfsvergunning asiel.

  • Gedwongen rekrutering door Koerdische strijders is ongeloofwaardig: dienstplicht afgeschaft, eiser (49 jaar) valt buiten rekruteringscategorie en had aanspraak op vrijstelling
  • Veiligheidssituatie Syrië gekwalificeerd als willekeurig geweld in laagste gradatie; staakt-het-vuren van 30 januari 2026 en ambtsbericht 2026 geven geen aanleiding voor ander oordeel
  • Slechte humanitaire situatie in Syrië telt niet mee voor beoordeling artikel 15c Kwalificatierichtlijn omdat deze grotendeels is veroorzaakt door voormalig Assad-regime (niet-actieve actor)
  • Eiser heeft geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die een verhoogd individueel risico onderbouwen

Samenvatting

Een Syrische man vroeg in mei 2023 asiel aan in Nederland. Hij stelde gevlucht te zijn omdat de PKK hem gedwongen wilde rekruteren. Bovendien was zijn huis na zijn vertrek ingenomen door een man die hem met de dood had bedreigd als hij het huis terug zou proberen te krijgen. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag in januari 2026 af als ongegrond. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, buigt zich over het beroep van de man.

Over de huisinname en zijn identiteit als Syriër bestond geen twijfel — die achtte de minister geloofwaardig. De gestelde dreiging van gedwongen rekrutering door Koerdische strijders werd echter niet geloofwaardig geacht. De minister onderbouwde met objectieve bronnen, waaronder informatie van het Europese asielagentschap EUAA, dat de Koerdische dienstplicht is afgeschaft en dat rekrutering op vrijwillige basis plaatsvindt. Daar komt bij dat de man inmiddels 49 jaar oud is — een leeftijd die buiten de categorie valt die doorgaans voor rekrutering in aanmerking komt. Ook had hij als oud-militair in het regeringsleger aanspraak kunnen maken op vrijstelling.

De man voerde verder aan dat de algemene veiligheidssituatie in Syrië zo gevaarlijk is dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Hij verwees daartoe naar uitbarstingen van geweld tussen Syrische troepen, gelieerde milities en Koerdische strijders, en betoogde dat de val van Assad nieuwe risico's had gecreëerd die het bestaande landenbeleid van de minister niet voldoende dekt. Ook wees hij op de slechte humanitaire situatie in het land.

De rechtbank volgt dit betoog niet. Zij oordeelt dat de minister de situatie in Syrië terecht kwalificeert als een situatie van willekeurig geweld in de laagste gradatie, overeenkomstig artikel 15c van de Europese Kwalificatierichtlijn. Incidentele gevechten waren al verdisconteerd in het ambtsbericht van 2025, en uit het ambtsbericht van januari 2026 blijkt geen wezenlijke verslechtering. Bovendien is op 30 januari 2026 een akkoord bereikt dat een staakt-het-vuren omvat, en hoeft de man niet terug te keren naar het conflictgebied.

Wat de humanitaire omstandigheden betreft, stelt de rechtbank vast dat die weliswaar ernstig zijn, maar grotendeels voortvloeien uit jaren van oorlog, economische sancties en nalatigheid van het voormalige Assad-regime — niet uit het resterende gewapende conflict. Humanitaire omstandigheden veroorzaakt door een niet-actieve actor tellen in principe niet mee bij de beoordeling van het niveau van willekeurig geweld. De man noemde bovendien geen persoonlijke omstandigheden die zijn individuele risico zouden verhogen.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en laat de afwijzing van de asielaanvraag in stand. De man heeft geen recht op een verblijfsvergunning asiel en krijgt zijn proceskosten niet vergoed.

Betrokken advocaten

mr. F.S. Boedhoe

eiser

Meeuwis & Stoel Advocaten, DRONTEN

mr. A. Hol

eiser

Fonville en Hol advocaten, ALKMAAR

mr. B.W. Zagers

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Zaaknummer

NL26.2684

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7358

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht