Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7359Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter verhoogt dwangsom na herhaald talmen minister bij gezinshereniging — RBDHA:2026:7359

niet tijdig beslissen op mvv-aanvraag gezinshereniging / dwangsom bestuursrecht

Eiser / verzoeker

Eiseres (aanvrager machtiging tot voorlopig verblijf gezinshereniging)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen op straffe van een dwangsom van €200 per dag met een maximum van €15.000, en veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten.

  • Minister heeft ook na rechterlijke termijnstelling uit januari 2025 geen besluit genomen op de mvv-aanvraag, waardoor nieuw beroep wegens niet tijdig beslissen ontvankelijk en gegrond is.
  • Rechtbank verhoogt dwangsom van €100 naar €200 per dag omdat de eerdere dwangsom onvoldoende prikkel bleek.
  • Verzoek minister om lagere dwangsom (€7.500 max) wordt afgewezen: wie vooraf aangeeft de uitspraak niet na te leven, handelt in strijd met het doel van de dwangsom.
  • Beslistermijn van twee weken opgelegd; geen ruimere termijn zoals door minister verzocht (16 weken), mede omdat eerder al een ruime termijn was gegund.
  • Vrijstelling griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen; proceskosten vastgesteld op €467.

Samenvatting

Een vrouw die via gezinshereniging naar Nederland wil komen, wacht al jaren op een beslissing op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De minister van Asiel en Migratie heeft keer op keer nagelaten tijdig een besluit te nemen, ondanks een eerdere rechtbankuitspraak die hem daartoe dwong.

In januari 2025 had de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg) al eerder het beroep van de vrouw gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht of twintig weken een besluit te nemen. Die uitspraak ging gepaard met een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000. De minister hield zich ook aan die rechterlijke termijn niet.

Daarop stelde de vrouw in november 2025 opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een beslissing. Uit het verweerschrift bleek dat de aanvraag inmiddels wel in behandeling was genomen: in februari 2026 had de minister haar gevraagd bepaalde informatie aan te leveren, en er was nader onderzoek gepland in de vorm van een gehoor en mogelijk DNA-onderzoek. De minister vroeg de rechtbank daarom om een ruimere beslistermijn van zestien weken en verzocht om de nieuwe dwangsom te beperken tot €100 per dag met een maximum van €7.500.

De rechtbank ging daar niet in mee. Ze wees erop dat ze in de eerste uitspraak al een ruimere termijn had gegund en dat sindsdien opnieuw geruime tijd was verstreken zonder besluit. Bovendien beoordeelde de rechtbank het verzoek van de minister om een lagere dwangsom als veelzeggend: wie vooraf aangeeft ervan uit te gaan de uitspraak niet na te leven, ondergraaft het doel van de dwangsom — namelijk het bestuursorgaan aanzetten tot handelen.

De rechtbank droeg de minister op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Omdat de eerdere dwangsom onvoldoende prikkel bleek, stelde de rechtbank de nieuwe dwangsom vast op €200 per dag, met een maximum van €15.000. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vrouw, vastgesteld op €467.

Betrokken advocaten

mr. M.B. van den Toorn-Volkers

eiser

Van den Toorn c.s., MADE

mr. N. Banwari

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Zaaknummer

NL25.55713

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7359

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht