Algerijnse asielzoeker teruggestuurd naar Duitsland — RBDHA:2026:7365
Dublin-overdracht / asiel niet in behandeling genomen
Eiser / verzoeker
Algerijnse asielzoeker (geboren 1994)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Het beroep is ongegrond verklaard; de asielaanvraag wordt niet in Nederland behandeld en eiser wordt overgedragen aan Duitsland.
- Nederland is niet verantwoordelijk voor de asielaanvraag omdat Duitsland dat op grond van de Dublinverordening is, na eerdere asielaanvraag aldaar
- Eiser heeft niet aangetoond dat er in Duitsland sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of opvang
- Vrees voor de Italiaanse maffia in Duitsland is geen grond voor afwijking van het interstatelijk vertrouwensbeginsel; eiser dient zich tot Duitse autoriteiten te wenden
- Beroep is zonder zitting kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 8:54 Awb
Samenvatting
Een Algerijnse man die in januari 2026 in Nederland asiel aanvroeg, krijgt van de rechtbank Den Haag geen gelijk in zijn beroep tegen de beslissing hem naar Duitsland te sturen. Nederland weigert zijn aanvraag te behandelen, omdat Duitsland volgens Europese regels verantwoordelijk is.
Uit het Eurodac-systeem, de Europese vingerafdrukdatabank voor asielzoekers, bleek dat de man eerder al in Duitsland asiel had aangevraagd. De Duitse autoriteiten stemden in februari 2026 in met zijn terugname. Op grond van de zogenoemde Dublinverordening is daarmee Duitsland het land dat zijn asielaanvraag moet beoordelen.
De man verzette zich hiertegen en voerde aan dat hij in Duitsland vreest voor de Italiaanse maffia. Hij stelde dat de Duitse autoriteiten hem daartegen niet zouden kunnen beschermen, wat volgens hem in strijd zou zijn met het verbod op onmenselijke behandeling uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank gaat daar niet in mee. Binnen de Europese Unie geldt het uitgangspunt dat lidstaten erop mogen vertrouwen dat andere lidstaten het Europese recht naleven. Alleen als er sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure of opvang in het betreffende land, kan van dit vertrouwen worden afgeweken. De man heeft niet aangetoond dat zulke tekortkomingen in Duitsland bestaan.
Wat betreft zijn problemen met de maffia oordeelt de rechtbank dat hij zich daarvoor tot de Duitse autoriteiten moet wenden. Er is niets gebleken waaruit zou volgen dat Duitsland hem daartegen geen bescherming zou bieden of willen bieden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De man krijgt geen gelijk en zijn asielaanvraag blijft in handen van Duitsland. Een vergoeding van proceskosten wordt hem evenmin toegekend.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1997, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL23.18224
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1828, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, NL24.12077
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:5891, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-08-2025, C/02/438846 / JE RK 25-1502
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:3580, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-04-2025, C/02/426768 / FA RK 24-4347 en C/02/432615 / JE RK 25-396
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.13677
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7365