Rechter wijst verzoek om voorlopige voorziening af na Dublin-overdracht Kroatië — RBDHA:2026:7369
asielrecht / Dublin-overdracht / voorlopige voorziening
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (verzoeker)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de bijbehorende beroepszaak.
- Asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is (Dublin-claim).
- Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de bodemzaak (beroep) op dezelfde dag is beslist.
- Uitspraak gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb.
- Geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Samenvatting
Een asielzoeker vroeg de rechtbank Den Haag om een voorlopige voorziening tegen een besluit waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, had op 11 maart 2026 vastgesteld dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de zogeheten Dublinverordening.
De asielzoeker stelde zowel beroep in tegen dit besluit als een verzoek om een voorlopige voorziening. Een voorlopige voorziening dient er doorgaans voor om te voorkomen dat iemand wordt uitgezet voordat de rechter een definitief oordeel heeft geveld over de rechtmatigheid van het besluit.
De voorzieningenrechter behandelde de zaak zonder zitting, wat mogelijk is wanneer de uitkomst op voorhand voldoende duidelijk is. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de bijbehorende beroepszaak, was er geen reden meer om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het doel van de voorziening — het waarborgen van de rechtspositie van de verzoeker in afwachting van de uitspraak op het beroep — was daarmee vervallen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:13646, Rechtbank Den Haag, 23-07-2025, NL23.30108
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2795, Raad van State, 24-06-2025, 202502619/1/V2
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:8345, Rechtbank Den Haag, 08-05-2025, NL25.14728
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:7261, Rechtbank Den Haag, 29-04-2025, NL24.52237
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.14986
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7369