Ugandese asielzoeker tevergeefs tegen overdracht aan Duitsland — RBDHA:2026:7370
Dublin-overdracht / asielrecht
Eiser / verzoeker
Ugandese asielzoeker
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep ongegrond verklaard; de asielaanvraag wordt niet in Nederland behandeld en overdracht aan Duitsland blijft gehandhaafd.
- Duitsland is verantwoordelijk voor de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser daar eerder asiel had aangevraagd en Duitsland het terugneemverzoek heeft geaccepteerd.
- Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er in Duitsland systematische tekortkomingen zijn in de asielprocedure of opvangvoorzieningen die overdracht in strijd zouden brengen met artikel 3 EVRM of artikel 4 Handvest.
- Stellingen over gebrekkige rechtsbijstand in Duitsland zijn onvoldoende onderbouwd met documenten.
- Inhoudelijke beoordeling van risico's in Uganda is niet mogelijk in een Dublinprocedure; dit dient in Duitsland te worden beoordeeld.
Samenvatting
Een Ugandese man die in oktober 2025 in Nederland asiel aanvroeg, probeerde via de rechter te voorkomen dat hij zou worden overgedragen aan Duitsland. De Nederlandse overheid weigerde zijn asielaanvraag in behandeling te nemen, omdat Duitsland op grond van Europese regels verantwoordelijk is: de man had eerder al asiel aangevraagd in dat land.
De man voerde aan dat overdracht aan Duitsland gevaarlijk voor hem zou zijn. Hij vreesde dat Duitsland hem direct zou terugsturen naar Uganda, waar hij risico's zou lopen. Bovendien stelde hij dat de asielprocedure in Duitsland tekortschiet. Zo zou hij het negatieve besluit op zijn asielaanvraag pas hebben ontvangen nadat de beroepstermijn al was verstreken, waardoor hij feitelijk geen effectieve rechtsbescherming heeft gehad.
De rechtbank volgt deze argumenten niet. Binnen de Europese Unie geldt het principe dat lidstaten erop mogen vertrouwen dat andere lidstaten het Europese recht naleven. Alleen als een asielzoeker aannemelijk maakt dat er in het verantwoordelijke land structurele en systematische tekortkomingen zijn in de asielprocedure of opvang, kan van dit principe worden afgeweken. De man heeft dat bewijs niet geleverd: hij onderbouwde zijn stellingen over problemen met de rechtsbijstand in Duitsland niet met documenten.
Ook de vrees voor terugkeer naar Uganda kan in deze procedure niet worden beoordeeld. Dat is een inhoudelijke vraag over de bescherming die de man nodig heeft — en die beoordeling is aan Duitsland. De Duitse autoriteiten hebben bovendien zelf ingestemd met het terugneemverzoek en zijn daarmee verplicht de zaak inhoudelijk te behandelen. Mocht de man in Duitsland problemen ondervinden, dan kan hij daar eventueel een klacht indienen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand, en de man krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Rechter wijst voorlopige voorziening asielzoeker af: Duitsland verantwoordelijk
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Asielzoeker krijgt geen voorlopige voorziening: Duitsland verantwoordelijk
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst verzoek om voorlopige voorziening af na Dublin-overdracht Kroatië
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter stuurt asielzoeker terug naar Kroatië ondanks geweldservaringen
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.11786
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7370