Rechter wijst voorlopige voorziening asielzoeker af: Duitsland verantwoordelijk — RBDHA:2026:7373
asielrecht / Dublin-overdracht / voorlopige voorziening
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (verzoeker)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak kennelijk ongegrond is verklaard en Duitsland verantwoordelijk blijft voor de behandeling van de asielaanvraag.
- Asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland op grond van EU-regelgeving verantwoordelijk is
- Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat het beroep in de hoofdzaak kennelijk ongegrond is verklaard
- Uitspraak gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb
- Geen proceskostenveroordeling uitgesproken
Samenvatting
Een asielzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, geprobeerd via een voorlopige voorziening te voorkomen dat hij naar Duitsland wordt overgedragen. De minister van Asiel en Migratie had zijn asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland op grond van Europese regelgeving verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van zijn asielverzoek.
De verzoeker had tegelijkertijd beroep ingesteld tegen het besluit van de minister. Diezelfde dag deed de rechtbank ook uitspraak in die beroepszaak. Omdat het beroep kennelijk ongegrond werd verklaard, gold hetzelfde automatisch voor het verzoek om een voorlopige voorziening: er was geen reden meer om de overdracht aan Duitsland tegen te houden.
De voorzieningenrechter deed uitspraak zonder zitting, wat mogelijk is wanneer het verzoek evident kansloos is. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:15422, Rechtbank Rotterdam, 22-12-2025, 12018617 VV EXPL25-778
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23515, Rechtbank Den Haag, 10-12-2025, NL25.53320
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14252, Rechtbank Rotterdam, 14-11-2025, 11610334 CV EXPL 25-7188
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14284, Rechtbank Rotterdam, 14-11-2025, 11523282 CV EXPL 25-2297
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.11787
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7373