Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7377Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Turkse asielzoeker moet alsnog naar Kroatië voor behandeling asielaanvraag — RBDHA:2026:7377

Dublin-overdracht / asiel / interstatelijk vertrouwensbeginsel

Eiser / verzoeker

Turkse asielzoeker (V-nummer geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Het beroep is ongegrond verklaard; de asielaanvraag wordt niet in Nederland behandeld en de man wordt overgedragen aan Kroatië.

  • Op grond van de Dublinverordening is Kroatië verantwoordelijk voor de asielaanvraag, omdat eiser daar eerder een verzoek indiende; overdracht is rechtmatig.
  • Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten opzichte van Kroatië als EU-lidstaat en EVRM-verdragspartij; eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt.
  • Het arrest Y.K. tegen Kroatië (EHRM) over ontbrekende opschortende werking is niet van toepassing, omdat dat zag op illegale binnenkomst zonder toegang tot een rechtsmiddel, terwijl eiser via de Dublinprocedure gereguleerd wordt overgedragen.
  • Uit individuele casuïstiek kan geen conclusie worden getrokken over structurele tekortkomingen of systeemfouten in het Kroatische asielsysteem.

Samenvatting

Een Turkse man die in januari 2026 asiel aanvroeg in Nederland, moet zijn zaak alsnog in Kroatië laten behandelen. De rechtbank Den Haag oordeelde dat de Nederlandse minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen.

De man, geboren in 2003, had al eerder — in september 2025 — een asielverzoek ingediend in Kroatië. Dat bleek uit de Europese vingerafdrukdatabase Eurodac. Op grond van de Dublinverordening, die regelt welk EU-land verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag, accepteerden de Kroatische autoriteiten hun verantwoordelijkheid. Nederland mocht de zaak daarom overdragen.

De man verzette zich tegen deze overdracht. Hij voerde aan dat de asielprocedure in Kroatië tekortschiet, omdat beroepen tegen afwijzende beslissingen in de zogeheten versnelde procedure geen opschortende werking hebben. Dat betekent dat iemand het land al kan worden uitgezet voordat een rechter over het beroep heeft beslist. Volgens de man is dat in strijd met het recht op een effectief rechtsmiddel, zoals vereist door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hij beriep zich daarbij op het arrest Y.K. tegen Kroatië, waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens had geoordeeld dat een procedure zonder opschortende werking geen effectief rechtsmiddel oplevert.

De rechtbank volgde dit betoog niet. Kroatië is, net als Nederland, gebonden aan het EVRM en het Vluchtelingenverdrag. Uitgangspunt is dan ook dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen nakomt — het zogeheten interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit beginsel is eerder bevestigd door de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, in uitspraken uit december 2024 en augustus 2025.

Het arrest Y.K. biedt volgens de rechtbank geen steun aan het standpunt van de man. In die zaak ging het om iemand die Kroatië illegaal was binnengekomen en geen toegang had tot een rechtsmiddel om zijn uitzetting aan te vechten. De situatie van de man is anders: hij wordt via de gereguleerde Dublinprocedure overgedragen en krijgt daarmee gewoon toegang tot de Kroatische asielprocedure. Uit de uitkomst van één individuele zaak kan bovendien niet worden geconcludeerd dat er sprake is van structurele tekortkomingen of systeemfouten in het Kroatische asielsysteem als geheel.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De man krijgt geen proceskostenvergoeding.

Betrokken advocaten

mr. F.J.M. Schonkeren

eiser

Advocatenkantoor mr F.J.M. Schonkeren, TILBURG

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Zaaknummer

NL26.16272

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7377

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht