Rechter verhoogt dwangsom na herhaald verzuim nareis-besluit — RBDHA:2026:7383
nareis / gezinshereniging / niet tijdig beslissen asiel en migratie
Eiser / verzoeker
Vijf eisers (gezinsleden referent) in nareis-procedure
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard; minister opgedragen binnen twee weken te beslissen op nareis-aanvragen, met een dwangsom van €200 per dag bij overschrijding (maximum €15.000), plus vergoeding griffierecht van €194 en proceskosten van €467.
- Minister heeft ook na rechterlijk bevel van februari 2025 en vollopen van €15.000 dwangsom nog steeds geen besluit genomen op nareis-aanvragen
- Tweede beroep wegens niet tijdig beslissen is ontvankelijk zonder nieuwe ingebrekestelling, omdat de rechter al eerder een termijn had gesteld
- Rechtbank legt nieuwe beslistermijn van twee weken op — de wettelijke minimumtermijn bij tweede beroep
- Dwangsom verhoogd van €100 naar €200 per dag (maximum €15.000) vanwege onvoldoende prikkelwerking eerdere dwangsom
- Verweerder moet griffierecht (€194) en proceskosten (€467) vergoeden
Samenvatting
Een gezin dat wacht op een beslissing over gezinshereniging in Nederland heeft voor de tweede keer de rechter moeten inschakelen omdat de minister van Asiel en Migratie maar geen knoop doorhakt. De vijf eisers — bestaande uit twee volwassenen en drie minderjarigen — willen via de nareis-procedure naar Nederland komen bij hun referent, die daar al verblijft. Daarvoor zijn machtigingen tot voorlopig verblijf aangevraagd.
In februari 2025 verklaarde de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg) al eerder beroep gegrond wegens het uitblijven van een beslissing. De rechter gaf de minister destijds acht weken de tijd om te beslissen, of twintig weken als nader onderzoek nodig was. Bovendien werd een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000. Die maximale dwangsom is inmiddels volledig 'volgelopen', maar een besluit is er nog altijd niet gekomen.
Op 19 september 2025 stapten eisers opnieuw naar de rechter. De minister heeft geen verweer gevoerd en heeft ook nu geen besluit genomen op de aanvragen. De rechtbank stelt vast dat het beroep daardoor ontvankelijk en zonder meer gegrond is.
De rechter ziet geen reden om de minister opnieuw royaal de tijd te geven. De wettelijke termijn bij een tweede beroep wegens niet tijdig beslissen is twee weken, en gezien de al eerder gestelde termijn én het vollopen van de eerdere dwangsom is die korte termijn hier volledig gerechtvaardigd. Omdat uit de eerdere dwangsom 'vooralsnog een onvoldoende prikkel is gebleken', legt de rechtbank nu een hogere dwangsom op: €200 per dag, opnieuw met een maximum van €15.000. De minister moet binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit nemen op de nareis-aanvragen, op straffe van die verhoogde dwangsom.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Rechter handhaaft bewaring Marokkaanse man ondanks uitzetproblemen
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtbank handhaaft bewaring Libische man ondanks beroep op EU-arrest
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot beslissen over gezinshereniging met dwangsom
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter veroordeelt minister tot proceskosten na te laat beslissen op asielaanvraag
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.45486
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7383