Rechter kent proceskosten toe na te laat beslissen op nareisaanvraag — RBDHA:2026:7409
asiel en migratie / niet tijdig beslissen op mvv-aanvraag nareis
Eiser / verzoeker
Vijf verzoekers (gezinsleden van een referent in Nederland)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
De minister wordt veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten aan de verzoekers.
- Minister besliste niet tijdig op de nareisaanvraag, waarna verzoekers beroep instelden wegens niet tijdig beslissen
- Na het instellen van beroep nam de minister alsnog een besluit, waarna het beroep werd ingetrokken
- Rechtbank veroordeelt minister in proceskosten van €467, met wegingsfactor 'licht' omdat het beroep alleen het niet tijdig beslissen betrof
- Verzoek om vrijstelling griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen
Samenvatting
Een gezin dat in Nederland wil herenigen met een referent diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Een deel van het gezin vroeg nareis aan, een ander deel deed een beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het recht op gezinsleven beschermt. De minister van Asiel en Migratie liet echter te lang op zich wachten met een beslissing op die aanvraag.
Omdat er niet tijdig werd beslist, stapten de vijf verzoekers in september 2025 naar de rechter. Ze stelden beroep in wegens het uitblijven van een besluit. Dat is een gebruikelijk rechtsmiddel waarmee bestuursorganen kunnen worden gedwongen alsnog een knoop door te hakken.
De druk van het beroep werkte: op 11 maart 2026 nam de minister alsnog een besluit op de aanvraag. Daarmee was het doel van het beroep bereikt, en de verzoekers trokken hun zaak in. Zij vroegen de rechtbank echter wel om de minister te veroordelen in de proceskosten, omdat zij door het uitblijven van een beslissing gedwongen waren een advocaat in te schakelen en naar de rechter te stappen.
De rechtbank in Middelburg oordeelde dat de minister door het te laat beslissen en het vervolgens alsnog nemen van een besluit 'geheel of gedeeltelijk' aan verzoekers tegemoet is gekomen. Dat is de juridische drempel waaraan moet worden voldaan om een bestuursorgaan in de kosten te veroordelen bij een ingetrokken beroep. Ook het verzoek van de verzoekers om vrijgesteld te worden van het betalen van griffierecht werd definitief gehonoreerd, omdat zij aannemelijk maakten dat zij de kosten niet konden dragen.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €467. Daarbij werd een lagere wegingsfactor toegepast — zogenaamd 'licht' — omdat het beroep uitsluitend ging over het niet tijdig nemen van een besluit en niet over een inhoudelijk geschil. De minister moet dit bedrag aan de verzoekers vergoeden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Rechter handhaaft bewaring Marokkaanse man ondanks uitzetproblemen
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtbank handhaaft bewaring Libische man ondanks beroep op EU-arrest
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot beslissen over gezinshereniging met dwangsom
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter veroordeelt minister tot proceskosten na te laat beslissen op asielaanvraag
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.45487
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7409