Ethiopische asielzoeker verliest beroep: geen bewijs gedwongen rekrutering — RBDHA:2026:7419
asielrecht / vluchtelingenstatus / alleenstaande minderjarige vreemdeling (AMV)
Eiser / verzoeker
Ethiopische asielzoeker (minderjarige, Tigre-bevolkingsgroep)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Het beroep is ongegrond verklaard; de afwijzing van de asielaanvraag en de weigering van een reguliere verblijfsvergunning blijven in stand.
- Gedwongen rekrutering in Ethiopië (Tigray) niet aannemelijk gemaakt; aangehaalde rapporten zien grotendeels op andere regio's en zijn gebaseerd op niet-geverifieerde bronnen.
- Situatie in Tigray aanzienlijk verbeterd na staakt-het-vuren van 2 november 2022; geen sprake meer van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15c Kwalificatierichtlijn.
- Gesteld psychisch trauma onvoldoende onderbouwd bij gebrek aan medische stukken.
- Voor alleenstaande minderjarige is adequate opvang bij Bright Star Relief in Ethiopië voldoende aangetoond, mede door ministeriële toezegging van controle voorafgaand aan uitzetting.
- Verwijzingen naar situatie in Libië zijn irrelevant omdat eiser naar Ethiopië dient terug te keren.
Samenvatting
Een jonge Ethiopiaan van Tigrijnse afkomst heeft tevergeefs geprobeerd zijn afgewezen asielaanvraag in Nederland aan te vechten. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen) oordeelde dat zijn terugkeer naar Ethiopië veilig genoeg is en dat hij geen reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade.
De man, die behoort tot de Tigre-bevolkingsgroep, was als kind gestopt met school door de oorlog in Tigray. Hij had nooit gewerkt in Ethiopië en verliet het land vanwege de onveilige situatie. Zijn grootste vrees was dat hij bij terugkeer gedwongen zou worden in militaire dienst te gaan en te moeten vechten. Samen met zijn grootmoeder had hij voor zijn vertrek enige tijd op straat gezworven.
De minister van Asiel en Migratie wees zijn aanvraag in december 2025 af. De minister erkende zijn identiteit als Ethiopiaan van Tigrijnse afkomst als geloofwaardig, maar vond de gestelde problemen door de algemene situatie in Ethiopië onvoldoende reden voor een asielvergunning. Over gedwongen rekrutering stelde de minister dat daar in Ethiopië geen sprake van is, en dat de situatie in Tigray na het staakt-het-vuren van november 2022 aanzienlijk is verbeterd.
In zijn beroep wees de man op verschillende rapporten over gedwongen rekrutering in Ethiopië en voerde aan dat de situatie voor mensen uit Tigray aanhoudend zorgwekkend is. Ook claimde hij psychisch trauma te hebben opgelopen. De rechtbank ging daar niet in mee. Er waren geen medische stukken om het trauma te onderbouwen, en de rapporten over gedwongen rekrutering zagen grotendeels op andere regio's zoals Addis Abeba en de Amhara-regio. Het enige rapport dat wél over Tigray ging en melding maakte van gedwongen rekrutering door het TPLF, was gebaseerd op niet-geverifieerde bronnen. Dat was onvoldoende om aan te nemen dat de man persoonlijk gevaar liep.
Een opvallend aspect van de zaak is dat het om een alleenstaande minderjarige gaat. Daarvoor geldt een apart beleid: de minister moet aantonen dat er bij terugkeer adequate opvang beschikbaar is. De minister verwees naar een rapport over opvangorganisatie Bright Star Relief in Addis Abeba, waar ten tijde van het onderzoek 56 kinderen werden opgevangen. De man stelde dat deze opvang voor hem niet beschikbaar of beperkt zou zijn, maar de rechtbank vond dat onvoldoende onderbouwd. Bovendien had de minister toegezegd dat vlak voor een eventuele uitzetting nog wordt gecheckt of er daadwerkelijk een plek beschikbaar is bij Bright Star Relief — een waarborg die de rechtbank voldoende achtte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond: de asielaanvraag is terecht afgewezen, de man krijgt geen verblijfsvergunning, en ook een vergoeding van proceskosten is er niet.
Betrokken advocaten
mr. Ö. Sari
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1762, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.35496
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1094, Rechtbank Den Haag, 26-01-2026, NL25.56955
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:555, Rechtbank Den Haag, 14-01-2026, NL25.35495
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:295, Rechtbank Den Haag, 09-01-2026, NL25.35517
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.61282
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:7419