Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7420Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:7420

asielrecht / niet-tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom

Eiser / verzoeker

Asielzoekster (naam geanonimiseerd)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister opgedragen binnen zestien weken alsnog te beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en proceskosten van €467.

  • De wettelijke beslistermijn op de asielaanvraag van oktober 2024 was verstreken zonder dat de minister een besluit had genomen
  • De rechtbank paste het '8+8 wekenmodel' toe en gaf de minister zestien weken om alsnog te beslissen
  • Bij overschrijding van de nieuwe termijn verbeurt de minister een dwangsom van €100 per dag, maximaal €15.000
  • De minister moet de proceskosten van €467 aan eiseres vergoeden

Samenvatting

Een asielzoekster heeft met succes beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op haar asielaanvraag van oktober 2024. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, oordeelde dat het beroep kennelijk gegrond is.

De minister had binnen de wettelijke beslistermijn een beslissing moeten nemen op de aanvraag. Toen die termijn verstreek zonder besluit, sommeerde de asielzoekster de minister alsnog binnen twee weken te beslissen. Ook dat gebeurde niet, waarop zij beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn inderdaad was overschreden en verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond. Bij het vaststellen van een nieuwe termijn hanteerde de rechtbank het zogenoemde '8+8 wekenmodel', een werkwijze die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft voorgeschreven. Dit houdt in dat de minister in totaal zestien weken krijgt om alsnog een besluit te nemen, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking van de uitspraak.

Om naleving af te dwingen, legde de rechtbank een dwangsom op van honderd euro per dag dat de minister de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de asielzoekster vergoeden. De rechtbank stelde deze kosten vast op 467 euro.

Betrokken advocaten

mr. J. Oosterhof

eiser

DeHaan Szirmai DeHaan Advocaten, HEERENVEEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Zaaknummer

NL26.10027

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7420

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Jordaanse man verliest beroep tegen afwijzing tweede asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter vernietigt afwijzing asielaanvraag Somalische man die nooit in Somalië woonde
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht