Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:7606Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter dwingt minister tot beslissen op asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:7606

niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom bestuursrecht

Eiser / verzoeker

Asielzoeker (naam geanonimiseerd)

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Beroep gegrond verklaard; minister moet binnen zestien weken alsnog beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.

  • De wettelijke beslistermijn op de asielaanvraag van 9 juli 2025 is verstreken zonder dat de minister een besluit heeft genomen
  • Rechtbank past het '8+8 wekenmodel' van de Raad van State toe en stelt een nieuwe beslistermijn van zestien weken vast
  • Bij overschrijding van de nieuwe termijn verbeurt de minister een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000
  • Minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467

Samenvatting

Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op zijn asielaanvraag, ingediend op 9 juli 2025. De rechtbank deed uitspraak zonder zitting.

Nadat de wettelijke beslistermijn was verstreken, sommeerde de asielzoeker de minister om alsnog binnen twee weken een besluit te nemen. Toen de minister dat naliet, diende de asielzoeker beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Dat is een bijzondere rechtsingang in het bestuursrecht: wie te lang op een overheidsbeslissing wacht, kan de rechter inschakelen om de overheid te dwingen toch te beslissen.

De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Bij het vaststellen van een nieuwe beslistermijn volgde de rechter het zogenoemde '8+8 wekenmodel', een systematiek die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft uitgewerkt. Concreet betekent dit dat de minister zestien weken de tijd krijgt om alsnog een inhoudelijk besluit te nemen op de asielaanvraag.

Om naleving te waarborgen, legde de rechtbank een dwangsom op: als de minister de nieuwe termijn overschrijdt, moet hij de asielzoeker €100 per dag betalen, met een maximum van €15.000. Daarnaast werd de minister veroordeeld in de proceskosten van de asielzoeker, vastgesteld op €467.

Betrokken advocaten

mr. J.M. Suurmeijer

eiser

Visser Suurmeijer Advocaten, STADSKANAAL

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 april 2026

Zaaknummer

NL26.12817

Procedure

Vereenvoudigde behandeling

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:7606

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht