ECLI:NL:RBDHA:2026:798, Rechtbank Den Haag, 16-01-2026, NL25.42980 — RBDHA:2026:798
Samenvatting
De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat de problemen vanwege de politieke activiteiten niet geloofwaardig zijn omdat eiser daar niet samenhangend en aannemelijk over zou hebben verklaard. Verder heeft de minister ten onrechte niet beoordeeld of er sprake is van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM en of er aanleiding is om op grond daarvan ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen.
Betrokken advocaten
mr. J.M. Sanchez Rhemrev
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1456, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.12104 T
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6235, Raad van State, 19-12-2025, 202407358/1/V2
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23751, Rechtbank Den Haag, 11-12-2025, NL25.23550
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14717, Rechtbank Rotterdam, 28-11-2025, 10/081587-24; 10/145167-24; 10/248720-24; 10/322924-24; 09/046824-24; 10/226483-24 en 10/323289-24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.42980
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:798