Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag — RBDHA:2026:8096
Niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom bestuursrecht
Eiser / verzoeker
Syrische asielzoeker (anoniem)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond verklaard; minister moet binnen acht weken alsnog beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag tot een maximum van €15.000.
- Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2023/3 is onrechtmatig verklaard wegens strijd met EU-recht (HvJ-arrest 8 mei 2025), waardoor de standaard beslistermijn van zes maanden gold.
- Het Besluit- en Vertrekmoratorium voor Syriërs (december 2024 – juni 2025) wordt door de rechtbank uitgelegd als opschorting van de beslistermijn, ook als die al verstreken was.
- Na het aflopen van het BVM op 13 juni 2025 had de minister uiterlijk 14 juni 2025 een besluit moeten nemen; dit is nagelaten.
- Omdat de maximale termijn van 21 maanden al is overschreden, legt de rechtbank een beslistermijn van acht weken op in plaats van de langere '8+8 wekenmodel'-termijn.
- Dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van de nieuwe beslistermijn, met een maximum van €15.000.
Samenvatting
Een asielzoeker uit Syrië wacht al sinds september 2023 op een beslissing op zijn asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie heeft die beslissing te lang laten liggen, oordeelt de rechtbank Den Haag. Het beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit is dan ook gegrond verklaard.
De zaak draait om de vraag hoe lang de minister de tijd heeft om te beslissen. Normaal gesproken geldt een beslistermijn van zes maanden. Een eerder beleidsbesluit uit 2023 (wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2023/3) verlengde die termijn, maar de rechtbank oordeelt nu dat dit besluit onrechtmatig is — in lijn met een arrest van het Europese Hof van Justitie van 8 mei 2025. Daarmee gold voor deze aanvraag in beginsel gewoon de termijn van zes maanden.
Een complicerende factor is het zogeheten Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) voor Syriërs, dat de minister in december 2024 instelde omdat de situatie in Syrië na de val van het Assad-regime te onzeker was om verantwoorde beslissingen te nemen. Dit moratorium liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. De rechtbank beschouwt het BVM niet als een verlenging van de beslistermijn, maar als een opschorting ervan. Dat onderscheid is juridisch belangrijk: bij opschorting loopt de klok tijdelijk stil, ook als de termijn al verstreken was — zoals in deze zaak.
Dat betekent dat de minister uiterlijk op 14 juni 2025, de dag na het aflopen van het moratorium, een besluit had moeten nemen. Toen dat uitbleef, stelde de asielzoeker de minister in gebreke en vroeg hij om alsnog binnen twee weken te beslissen. Ook dat gebeurde niet, waarna beroep werd ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank geeft de minister nu acht weken de tijd om alsnog een beslissing te nemen op de asielaanvraag. Omdat de maximale termijn van 21 maanden inmiddels al is overschreden, acht de rechter een kortere termijn passend. Voor elke dag dat de minister deze nieuwe deadline overschrijdt, is hij een dwangsom verschuldigd van honderd euro per dag, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden, vastgesteld op 453,50 euro.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1869, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.51743
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1868, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.51742
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1859, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.45802
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1519, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, 26.2268, 26.2271, 26.2273, 26.2274, 26.2278, 26.2279, 26.2280, 26.2281, 26.2285, 26.2291, 26.2293
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.10625
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:8096