Asielzoeker verliest zaak door niet betalen griffierecht — RBDHA:2026:911
asiel en migratie / tijdelijke bescherming / niet-ontvankelijkheid wegens niet-betaling griffierecht
Eiser / verzoeker
eiseres (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
minister van Asiel en Migratie
Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht, zonder inhoudelijke beoordeling.
- Griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn, ondanks twee herinneringen
- Geen verschoonbare reden opgegeven voor het verzuim
- Beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke toetsing van het besluit
- Het besluit om het verzoek om tijdelijke bescherming buiten behandeling te stellen blijft in stand
Samenvatting
Een vrouw die tijdelijke bescherming had aangevraagd op grond van een Europese richtlijn voor ontheemden, heeft haar beroepszaak bij de rechtbank Den Haag verloren nog voordat die inhoudelijk werd beoordeeld. De reden is puur procedureel: zij heeft het verplichte griffierecht niet betaald.
De minister van Asiel en Migratie had haar verzoek om tijdelijke bescherming buiten behandeling gesteld. Eiseres tekende daartegen beroep aan bij de rechtbank. Wie beroep instelt, is wettelijk verplicht griffierecht te betalen — een soort bijdrage aan de kosten van de rechtspraak.
De griffier stuurde op 20 september 2025 een nota naar het adres van haar gemachtigde, met een betalingstermijn van vier weken. Die termijn verstreek zonder dat er betaald werd. Vervolgens stuurde de rechtbank op 20 oktober 2025 een aangetekende herinnering, opnieuw met een termijn van vier weken. Ook die termijn liet eiseres ongebruikt voorbijgaan.
De rechtbank heeft eiseres niet verder tegemoet kunnen komen. De wet schrijft voor dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard als het griffierecht niet op tijd wordt betaald, tenzij de betrokkene een verschoonbare reden aanvoert — bijvoorbeeld ziekte of aantoonbare postproblemen. Eiseres gaf echter geen enkele verklaring voor het uitblijven van betaling.
De rechtbank heeft het beroep daarom zonder zitting en zonder inhoudelijke beoordeling niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het besluit van de minister — het buiten behandeling stellen van het verzoek om tijdelijke bescherming — juridisch onaangetast blijft. Eiseres kan wel nog in verzet gaan tegen deze uitspraak, door binnen zes weken een verzetschrift in te dienen bij de rechtbank.
Betrokken advocaten
onbekend
eiseres
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Rechter legt hogere dwangsom op bij nareis na herhaald uitblijven besluit
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter handhaaft bewaring Gambiaanse man na onrechtmatigheidsklacht
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6401, Rechtbank Den Haag, 24-03-2026, NL25.29291
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:3655, Rechtbank Den Haag, 24-02-2026, NL26.8369
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 25/16083
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:911