ECLI:NL:RBHAA:2008:BG4238, Rechtbank Haarlem, 10-11-2008, 15/801390-08 — RBHAA:2008:BG4238
Samenvatting
Uitreizen met valse reisdocumenten. Artikel 31, eerste lid, Vluchtelingenverdrag. De rechtbank acht het openbaar ministerie ontvankelijk. Het bewezenverklaarde levert op: Feit 1: in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is. Feit 2: opzettelijk gebruik maken van een valse geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2023:1184, Gerechtshof Den Haag, 27-06-2023, 200.317.091/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:GHDHA:2021:2452, Gerechtshof Den Haag, 14-12-2021, 200.293.171/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2017:3306, Gerechtshof Den Haag, 28-11-2017, 200.220.324-T01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2017:2938, Gerechtshof Den Haag, 17-10-2017, 200.176.180/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 november 2008
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
15/801390-08
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2008:BG4238