ECLI:NL:RBMNE:2025:5848, Rechtbank Midden-Nederland, 12-11-2025, 11822406 — RBMNE:2025:5848
Samenvatting
Eiser huurt van gedaagde een ligplaats voor een woonboot. Eiser was de eigenaar van de woonboot die daar ligt afgemeerd. De woonboot heeft hij overgedragen aan zijn dochter en schoonzoon. In deze procedure vordert eiser op grond van artikel 7:270b BW een machtiging om dochter en schoonzoon in zijn plaats als huurder van de ligplaats te stellen. Gedaagde is het daar om meerdere redenen niet mee eens. Zo voert zij aan dat het verzoek om indeplaatsstelling niet tijdig is gedaan. Ook stelt zij dat eiser geen zwaarwichtig belang bij de indeplaatsstelling heeft, mede omdat de woonboot aan de dochter en schoonzoon is geschonken en niet is verkocht. Verder meent zij dat de voorgestelde huurders onvoldoende waarborg bieden voor de nakoming van de huur en dat haar belangen om zelf een contractspartij te kiezen zwaarder wegen dan de belangen van eiser. De kantonrechter wijst de gevorderde machtiging toe.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5763, Raad van State, 26-11-2025, 202400473/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7714, Rechtbank Amsterdam, 15-10-2025, C/13/761050 / HA ZA 24-1352
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2208, Raad van State, 14-05-2025, 202306744/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:2459, Rechtbank Overijssel, 16-04-2025, C/08/314628 / HA ZA 24-206
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
12 november 2025
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
11822406
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:5848