Juristi.nl

ECLI:NL:RBMNE:2026:478, Rechtbank Midden-Nederland, 13-02-2026, UTR 25/2664, UTR 25/2058 en UTR 25/2401 — RBMNE:2026:478

Samenvatting

Wav-boete. Wml-boete. Last onder dwangsom. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister aan eiseres een boete mocht opleggen op grond van de Wav omdat de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden van de studenten niet in overeenstemming waren met de voorwaarden van de tewerkstellingsvergunningen die waren verleend. De minister heeft kunnen concluderen dat de stages, die met name gericht waren op het meewerken in de productie, niet op het vereiste hbo- of universitair niveau waren. De hoogte van die boete vindt de rechtbank niet onredelijk. Het beroep hiertegen is ongegrond. De rechtbank is het echter met eiseres eens dat de minister gelet op de feiten en omstandigheden in deze zaak niet heeft kunnen concluderen dat de Wml is overtreden. Dat de stages niet op het vereiste niveau waren, maakt op zichzelf niet dat dan dus sprake was van arbeidsovereenkomsten. De rechtbank is daarbij van oordeel dat de minister gelet op diverse contra-indicaties niet aan zijn bewijslast heeft voldaan dat sprake was van arbeidsovereenkomsten. Daarom staat niet vast dat sprake is van overtredingen van de Wml. De boete en de last onder dwangsom op die grond komen daarom te vervallen. Deze beroepen zijn gegrond.

Betrokken advocaten

mr. S. Maakal

eiser

Dommerholt Advocaten, HEERENVEEN

mr. S. Alkema-Notting

eiser

mr. J.J.A. Huisman

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 februari 2026

Zaaknummer

UTR 25/2664, UTR 25/2058 en UTR 25/2401

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2026:478

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBMNE:2026:1157
Rechtbank Midden-Nederland·9 mrt 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:1063
Rechtbank Midden-Nederland·5 mrt 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBMNE:2026:1067
Rechtbank Midden-Nederland·5 mrt 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht