Juristi.nl

ECLI:NL:RBMNE:2026:894, Rechtbank Midden-Nederland, 06-03-2026, UTR 24/4583 — RBMNE:2026:894

Samenvatting

Het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een dwangsombeschikking (= de reactie op een ingebrekestelling) is niet-ontvankelijk. Op het moment dat eiser de heffingsambtenaar in gebreke stelde was de beslistermijn namelijk nog niet verstreken. De heffingsambtenaar had nog tot het einde van het kalenderjaar om een besluit op het bezwaar van eiser te nemen. Voor de beslistermijn inzake dwangsombeschikkingen moet namelijk aangesloten worden bij de beslistermijn die geldt in het bodemgeschil. In dit geval ging het bodemgeschil over een naheffingsaanslag parkeerbelasting, en als een bezwaar daartegen niet in de laatste zes weken van het kalenderjaar is ingediend bepaalt de Gemeentewet dat de heffingsambtenaar in plaats van zes weken, tot het einde van het kalenderjaar heeft om een besluit op het bezwaar te nemen. Overigens had het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit, als dat wél ontvankelijk was geweest, nergens toe kunnen leiden. Het is namelijk vaste rechtspraak dat een bestuursorgaan geen dwangsommen wegens niet tijdig beslissen kan verbeuren, in een procedure over een dwangsombeschikking.

Betrokken advocaten

mr. J. Piet

eiser

mr. N.G.A. Voorbach

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

6 maart 2026

Zaaknummer

UTR 24/4583

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBMNE:2026:894

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBMNE:2026:908
Rechtbank Midden-Nederland·11 mrt 2026
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
RBMNE:2026:896
Rechtbank Midden-Nederland·6 mrt 2026
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
RBMNE:2026:910
Rechtbank Midden-Nederland·4 mrt 2026
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht