ECLI:NL:RBOBR:2020:2620, Rechtbank Oost-Brabant, 06-05-2020, C/01/347790 / HA ZA 19-429 — RBOBR:2020:2620
Samenvatting
Bodemzaak; intellectuele eigendom; merkenrecht. In deze zaak speelt de vraag naar de nietigheid van een merkinschrijving op grond van artikel 2.2bis BVIE. De rechtbank oordeelt dat de inschrijving te kwader trouw is ingediend. Gedaagde wist of behoorde te weten dat eiseres een soortgelijk teken gebruikte. Er is geen sprake van voor-voorgebruik door gedaagde. Het teken van eiseres en het gedeponeerde merk van gedaagde vertonen dermate onbeduidende verschillen, dat ze aan de aandacht van een gemiddelde consument kunnen ontsnappen. Ook is er bij gedaagde het oogmerk om eiseres te beletten het teken verder te gebruiken. Proceskosten conform het liquidatietarief, omdat in deze zaak de inbreukvraag niet speelt en artikel 1019h Rv daarom toepassing mist.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2023:968, Rechtbank Amsterdam, 23-02-2023, C/13/728101 / KG ZA 23-25
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2021:1126, Rechtbank Den Haag, 10-02-2021, C/09/600558 / KG ZA 20-942
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
ECLI:NL:RBROT:2021:907, Rechtbank Rotterdam, 03-02-2021, C/10/590356 / HA ZA 20-101
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2019:5134, Rechtbank Midden-Nederland, 01-11-2019, C/16/487373 / KG ZA 19-578
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 mei 2020
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/347790 / HA ZA 19-429
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2020:2620