ECLI:NL:RBOBR:2025:5893, Rechtbank Oost-Brabant, 23-09-2025, 25/1994 — RBOBR:2025:5893
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening. De minister heeft op grond van artikel 28a van de Arbeidsomstandighedenwet aan de onderneming een bevel preventieve stillegging van werk gegeven voor de duur van één maand. Tussen partijen is in geschil of de minister in dit geval bevoegd is om zo’n bevel op te leggen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen niet kan worden ontzegd. De waarschuwing, die een voorwaarde is voor het kunnen opleggen van een bevel, was op het moment van het daadwerkelijk geven van het bevel vervallen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe.
Betrokken advocaten
mr. S. Martis
verzoeker
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6181, Raad van State, 17-12-2025, 202204718/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8621, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-12-2025, BRE 25/5317
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7671, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-11-2025, C/02/438251/KGZA25-399(e)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2025:10544, Rechtbank Gelderland, 22-10-2025, C/05/450033 / HZ ZA 25-96
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 september 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
25/1994
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:5893