ECLI:NL:RBOBR:2025:7045, Rechtbank Oost-Brabant, 31-10-2025, 25/591 — RBOBR:2025:7045
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de last onder bestuursdwang die de toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) aan eiseres heeft opgelegd wegens het in bezit hebben van twee Sulawesi-jaarvogels en twee kleine paradijsvogels zonder dat daarvan de legale herkomst is aangetoond. Eiseres vindt dat zij voldoende heeft aangetoond dat de door haar ingevoerde dieren zijn gefokt met ouders die in gevangenschap leefden. Volgens eiseres kon zij in het verleden, bij overname van de dieren, volstaan met een naadloos gesloten pootring en mocht zij er op vertrouwen dat deze aanpak werd voortgezet. Zij vindt dat de staatssecretaris te strenge eisen stelt aan het bewijs dat moet worden geleverd. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit moet worden vernietigd voor zover dit ziet op de Sulawesi-jaarvogels. Aanleiding daarvoor is een verklaring tijdens de zitting van een voormalig toezichthoudend ambtenaar van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Naar het oordeel van de rechtbank moet de staatssecretaris naar aanleiding van deze mededeling beter motiveren welk bewijs toen van een importeur van beschermde diersoorten werd verlangd om aan te tonen dat de dieren waren gefokt met in gevangenschap levende ouders, of die uitgangspunten werden toegepast in de toezichtspraktijk en zo ja, of de toezichthoudend ambtenaar van die toezichtspraktijk is afgeweken. De conclusies die de staatssecretaris aan die nadere motivering verbindt, moet hij verwerken in een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiseres. In de tussentijd mag de enig overgebleven Sulawesi-jaarvogel van de rechtbank bij eiseres blijven. De onduidelijkheid in de besluitvorming bestaat er niet wat de twee kleine paradijsvogels betreft. Naar het oordeel van de rechtbank kon eiseres bij de overname van deze dieren in 2023 weten dat er meer werd verlangd dan alleen een gesloten pootring en een overdrachtsverklaring. De strengere eisen die de staatssecretaris stelt, vindt de rechtbank ook niet onredelijk. Dat leidt ertoe dat de last onder bestuursdwang, voor zover die betrekking heeft op de twee kleine paradijsvogels, in stand kan blijven. Dit deel van het bestreden besluit blijft in stand, net als de last onder bestuursdwang. Dat betekent dat staatssecretaris de enige overgebleven kleine paradijsvogel in beslag mag nemen.
Betrokken advocaten
mr. M.J.H. van der Burgt
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:6536, Rechtbank Rotterdam, 27-05-2025, C/10/698922 / KG ZA 25-389
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBOBR:2022:4545, Rechtbank Oost-Brabant, 19-10-2022, C/01/374579 / HA ZA 21-665
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2022:2961, Rechtbank Oost-Brabant, 20-07-2022, C/01/381866 / KG ZA 22-239
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2022:1398, Rechtbank Oost-Brabant, 05-04-2022, C/01/379284 / KG ZA 22-75
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
31 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
25/591
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:7045