ECLI:NL:RBOBR:2026:230, Rechtbank Oost-Brabant, 16-01-2026, 25/1174 — RBOBR:2026:230
Samenvatting
Geschil over een verkoopstandplaats bij het PSV-stadion. Eiser krijgt van het college geen ontheffing voor de verkoopstandplaats. In de APV staat dat in uitzonderlijke gevallen ontheffing kan worden verleend van het standplaatsverbod. De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond, omdat het college niet heeft gemotiveerd waarom eiser geen uitzonderlijk geval is in de zin van de APV, terwijl eiser zich daarop wel beroept. Het is opmerkelijk dat het college op de zitting heeft gezegd dat in 2023 een wel een vaste standplaatsvergunning voor de duur van vijf jaar aan PSV is verleend op (onder andere) de plek die eiser sinds jaar en dag innam. In het rapport “Ambulante handel in Eindhoven – Een gedeelde visie op markten en standplaatsen” uit maart 2021 is namelijk opgenomen dat er in afwachting van nieuw beleid geen nieuwe standplaatsvergunningen meer zouden worden verleend. Dit maakt de toch al summiere motivering van het college dat eiser geen ‘uitzonderlijk geval’ is volgens de rechtbank nog minder inzichtelijk.
Betrokken advocaten
mr. G.D. van Leeuwen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:45, Rechtbank Midden-Nederland, 12-01-2026, UTR 24/5788-V
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6206, Raad van State, 18-12-2025, 202405156/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:8086, Rechtbank Oost-Brabant, 12-12-2025, 24/4377 en 25/31
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8612, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-12-2025, BRE 25/5508
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 januari 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
25/1174
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:230