ECLI:NL:RBOBR:2026:301, Rechtbank Oost-Brabant, 21-01-2026, 25/3429 — RBOBR:2026:301
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening waarmee verzoekster wil voorkomen dat haar woning voor drie maanden wordt gesloten op grond van de Opiumwet. De voorzieningenrechter is er niet van overtuigd dat sluiting van de woning op dit moment nog een passende maatregel is om het daarmee beoogde doel van de burgemeester – voorkomen van herhaling – te bereiken. Met het opleggen van een last onder dwangsom kan dat doel bijvoorbeeld ook op een minder ingrijpende manier worden bereikt. De belangenafweging valt in het voordeel van verzoekster uit. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen.
Betrokken advocaten
mr. Y.M.G.M. van Riet
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:11471, Rechtbank Gelderland, 29-12-2025, ARN 24_9035
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25002, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.54817
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24891, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, NL25.54815
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1789, Centrale Raad van Beroep, 04-12-2025, 23/115 ZW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 januari 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
25/3429
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:301