ECLI:NL:RBROT:2003:AH9783, Rechtbank Rotterdam, 20-05-2003, 03/1238 VBC — RBROT:2003:AH9783
Samenvatting
Gelet op artikel 2, tweede lid, van het Btb moet naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit, op grond van de voornemens en antecedenten van de in het eerste lid bedoelde personen en van overige personen die middellijk of onmiddellijk bevoegd zijn bestuurders, als bedoeld in het eerste lid, van de beleggingsinstelling respectievelijk de bewaarder te benoemen of te ontslaan, niet waarschijnlijk zijn dat ernstig gevaar bestaat dat de belangen van de deelnemers zullen worden geschaad of dat in strijd met het bij of krachtens de wet bepaalde zal worden gehandeld.
Betrokken advocaten
mr. M.J. Bloot
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:185, Rechtbank Rotterdam, 15-01-2026, ROT 24/3270 en ROT 25/7226
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2015:1850, Rechtbank Rotterdam, 16-03-2015, C/10/469488 / KG ZA 15-127
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2014:5232, Rechtbank Rotterdam, 03-07-2014, AWB-13_02243
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2014:5233, Rechtbank Rotterdam, 03-07-2014, AWB-13_02242 - AWB-13_05396
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 mei 2003
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
03/1238 VBC
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2003:AH9783