ECLI:NL:RBROT:2014:4751, Rechtbank Rotterdam, 19-06-2014, ROT 13/5618 — RBROT:2014:4751
Samenvatting
Bestuurlijke boetes wegens overtreding Wet marktordening gezondheidszorg. Zorgaanbieder. Onjuiste declaraties. Plegen en feitelijk leidinggeven. Rol tandartsen. Meerdaadse samenloop. Toetsing boetehoogte ex nunc. Geen volledige openheid inzake draagkracht. Overschrijding redelijke termijn. Publicatie sanctieoplegging. Eisers betoog dat hij, voor zover [Naam bedrijf] als zorgaanbieder moet worden aangemerkt, hij zelf die status ontbeert, slaagt niet. Gelet op de definitie in artikel 1 van de Wmg kunnen ook natuurlijke personen als zorgaanbieder gelden, terwijl bovendien voor feitelijk leidinggeven aan een overtreding niet is vereist dat die persoon ook normadressaat is. Ten aanzien van het daderschap van eiser zal de rechtbank verderop oordelen. (...) In het midden kan blijven welke gevolgen de toepassing van artikel 5:1, derde lid, van de Awb eerst vanaf 1 juli 2009 zou moeten hebben op de hoogte van de aan eiser opgelegde boete. De rechtbank onderschrijft namelijk het standpunt van NZa dat eiser tevens – voor de gehele periode in geding – langs andere weg aansprakelijkheid kan worden gesteld. In strafrechtelijke zin geldt namelijk dat de omstandigheid dat een rechtspersoon als dader is aan te merken, en krachtens artikel 51 Sr vervolgd en bestraft kan worden, er niet aan in de weg staat dat de natuurlijke persoon die de gedragingen feitelijk heeft bewerkstelligd als dader is te vervolgen en te bestraffen. Dit daderschap van de natuurlijke persoon wordt niet weggenomen door het daderschap van de rechtspersoon, en evenmin door de omstandigheid dat de natuurlijke persoon als opdrachtgever of feitelijk leidinggever in de zin van artikel 51 Sr. vervolgd en bestraft zou kunnen worden. NZa wijst in dit verband terecht op het arrest van de Hoge Raad van 31 augustus 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO6453) en de daaraan voorafgaande conclusie van de advocaat-generaal (ECLI:NL:PHR:2004:AO6453). Eiser kan derhalve ook rechtstreeks op de voet van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wmg als overtreder worden aangemerkt. De beslissing tot openbaarmaking vormt een zelfstandig besluitonderdeel. Voor zover het beroep strekt tot vernietiging van die deelbeslissing stelt de rechtbank voorop dat artikel 8 van de Wob een toereikende wettelijke grondslag voor bestuursorganen biedt om boetebesluiten te publiceren en dat bij de toetsing van de belangenafweging in het kader van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob veelal maatgevend zal zijn of het onderliggende besluit tot boeteoplegging stand zal kunnen houden (vgl. ABRvS 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3468 en CBb (vzrnr.) 23 januari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:7). Het oogmerk van de publicatie is gericht op voorlichting, niet op bestraffing (vgl. ABRvS 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9561 en ABRvS 22 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV6576 ). Mocht de openbaarmaking niettemin een “criminal charge” en een “penalty” opleveren in de zin van artikel 6 EVRM dan heeft te gelden dat toegang heeft opengestaan tot een voorzieningenrechter met een zogenoemde “full jurisdiction” en dat geen sprake is van een ongeoorloofde dubbele bestraffing (vgl. CBb 11 februari 2013, ECLI:NL:CBB:2013:BZ1864). De openbaarmaking komt dan ook niet in strijd met artikel 6 van het EVRM.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:5482, Rechtbank Midden-Nederland, 29-10-2025, 11691554 UC EXPL 25-4129
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:CBB:2025:430, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26-08-2025, 22/2051
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:424, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19-08-2025, 23/2019
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:394, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-07-2025, 23/1694 en 23/1701
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 juni 2014
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 13/5618
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2014:4751