ECLI:NL:RBROT:2016:7911, Rechtbank Rotterdam, 18-10-2016, ROT 16/1128 — RBROT:2016:7911
Samenvatting
Tussenuitspraak. De feitelijke grondslag van intrekking van de bijstandsuitkering is dat eiser geen gevolg heeft gegeven aan de brief van 15 juni 2015 en aan het opschortingsbesluit van 22 juni 2015. De brief van 15 juni 2015 behelst niet de herstelverzuimmogelijkheid die aan de intrekking op grond van artikel 54, vierde lid, van de Pw ten grondslag is gelegd. Voor het niet herstellen van het verzuim genoemd in het opschortingsbesluit heeft verweerder aan eiser het voordeel van de twijfel gegeven. In het bestreden besluit ontbreekt de motivering waarom aan eiser niettemin een verwijt kan worden gemaakt. Het bestreden besluit ontbeert hiermee een deugdelijke grondslag. Verweerder krijgt de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
Betrokken advocaten
mr. R. Duivenvoorde
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:1112, Rechtbank Rotterdam, 27-01-2026, ROT 24/5323
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:701, Rechtbank Rotterdam, 15-01-2026, ROT 25/9449
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14629, Rechtbank Rotterdam, 10-12-2025, ROT 25/9199
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:15156, Rechtbank Rotterdam, 10-12-2025, ROT 25/9584
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 oktober 2016
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 16/1128
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2016:7911