ECLI:NL:RBROT:2024:4786, Rechtbank Rotterdam, 21-05-2024, 11057075 VV 24-31 — RBROT:2024:4786
Samenvatting
Kort geding; rechtsgeldigheid van het concurrentiebeding: voldaan aan schriftelijkheidsvereiste door ondertekenen addendum ECLI:NL:HR:2008:BC0384 en ECLI:NL:HR:2017:364, artikel 7:653 lid 1 BW, voorwaardelijk concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd; werknemer hoeft dan nog niet te beseffen dat er een concurrentiebeding is opgenomen en wat daarvan de gevolgen voor hem zouden kunnen zijn omdat dat beding op dat moment voor hem geen consequenties had. Door het ondertekenen van het addendum waarin de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd werd bekrachtigd en waarin uitdrukkelijk wordt verwezen naar de eerder met werknemer overeengekomen arbeidsvoorwaarden, waaronder het concurrentiebeding en bijbehorende boetebeding, is voldaan aan het vereiste voor het ‘schriftelijk overeenkomen’. Er is dan ook sprake van een rechtsgeldig tot stand gekomen concurrentiebeding, ECLI:NL:GHAMS:2018:4034. Artikel 7:653 lid 3 BW bepaalt dat het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk kan worden vernietigd indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Vooruitlopend hierop kan in een kort geding een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk worden geschorst. Bij een belangenafweging komt het eerst en vooral aan op de gevolgen die dat beding voor de werknemer heeft en de belangen van de werkgever die het beding beoogt te beschermen. Aan de gemaakte verwijten over en weer over gedragingen voor en na de opzegging komt bij de beantwoording van de vraag of werknemer door het concurrentiebeding in verhouding tot de belangen van werkgever onbillijk wordt benadeeld een geringe betekenis toe (ECLI:NL:GHARL:2015:3546). concurrentiebeding is te ruim geformuleerd maar de overstap van werknemer valt in ieder geval onder het concurrentiebeding, ook als dit in een bodemprocedure zou worden beperkt, hoe vergaand ook. De bedrijfsbelangen wegen zwaarder dan de persoonlijke belangen: bescherming bedrijfsdebiet vanwege relevante kennis van specifieke en niet openbare (financiële) bedrijfsgegevens van werkgever die werknemer bij zijn nieuwe baas waar hij een hogere managementfunctie bekleed. Dat oude werkgever ook andere middelen heeft om haar bedrijfsdebiet te beschermen, zoals een geheimhoudingsbeding of een relatiebeding, maakt in deze situatie niet dat zij geen belang heeft om haar bedrijfsdebiet door middel van het concurrentiebeding te beschermen. Door in dienst te treden bij de concurrent schendt werknemer het concurrentiebeding. Gevorderde staken van werkzaamheden wordt toegewezen, de dwangsom wordt afgewezen nu er op het overtreden van het concurrentiebeding een boete staat en werkgever deze boete ook vordert. Matigen gevorderde contractuele boete tot een voorschotbedrag van € 75.000,-. De gevorderde vergoeding ex artikel 7:653 lid 4 BW wordt afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:11149, Rechtbank Gelderland, 17-12-2025, 428043
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2025:10524, Rechtbank Limburg, 28-10-2025, 11808031/AZ/25-85
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:10523, Rechtbank Limburg, 28-10-2025, 11807964/AZ/25-84
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:8821, Rechtbank Limburg, 11-09-2025, 11771665 AZ 25-68
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 mei 2024
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
11057075 VV 24-31
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:4786