ECLI:NL:RBROT:2025:12975, Rechtbank Rotterdam, 06-11-2025, ROT 25/7341 — RBROT:2025:12975
Samenvatting
De staatssecretaris van VWS heeft een last onder bestuursdwang opgelegd ter naleving van een informatievordering. Ter zitting is van de zijde van de staatssecretaris enerzijds aangegeven dat zij liever alsnog de beschikking krijgt over de gevorderde gegevens dan dat zij een publieksuitvraag moet doen, maar anderzijds is door haar benadrukt dat verzoekster al zeer veel kansen heeft gekregen om de gegevens te verstrekken en dat zij die kansen niet of onvoldoende heeft aangegrepen. Na de zitting is langdurig gecorrespondeerd tussen partijen. Hoewel verzoekster zeer laat in actie is gekomen, lijkt zij inmiddels wel de nodige inspanningen te hebben verricht om de gevorderde gegevens over te leggen. De staatssecretaris beschikt hiermee inmiddels – op een beperkt aantal facturen na – over alle gevorderde gegevens. Verzoekster heeft ten aanzien van de ontbrekende facturen te kennen gegeven dat zij hierover niet beschikt. Gelet op de informatie die verzoekster inmiddels heeft aangeleverd, heeft de voorzieningenrechter de nodige twijfels dat een uitvraag door de staatssecretaris aan het Nederlandse publiek ertoe zal leiden dat de staatssecretaris alsnog over de (beperkte) informatie zal komen te beschikken waarop de informatievordering ziet en die verzoekster volgens de staatssecretaris nog niet heeft overgelegd. Het belang van de staatssecretaris om alsnog de bestuursdwang te kunnen effectueren acht de voorzieningenrechter daarom gering. Dit terwijl aannemelijk is dat de voorgenomen publieksuitvraag naar verwachting tot (verdere) reputatieschade voor verzoekster zal leiden. De last onder bestuursdwang wordt daarom tijdelijk geschorst. Ondanks de toewijzing van het verzoek hoeft de staatssecretaris het door verzoekster betaalde griffierecht niet te vergoeden en wordt zij evenmin veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster. Indien verzoekster eerder in actie was gekomen naar aanleiding van de informatievordering was deze procedure niet nodig geweest.
Betrokken advocaten
mr. L.J.J.G. Verhaeg
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:1020, Rechtbank Rotterdam, 02-02-2026, ROT 26/45
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14347, Rechtbank Rotterdam, 03-12-2025, 11892588 VV EXPL 25-567
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5728, Raad van State, 26-11-2025, 202301620/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9514, Rechtbank Amsterdam, 14-11-2025, C/13/768438 / HA ZA 25-998
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
6 november 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 25/7341
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:12975