ECLI:NL:RBROT:2025:14165, Rechtbank Rotterdam, 08-12-2025, 23/4218 — RBROT:2025:14165
Samenvatting
Beroep. Verweerder heeft aan eiseres een boete opgelegd van € 1.000,-, omdat zij ook in de tweede (nieuwe) termijn niet heeft voldaan aan haar inburgeringsplicht. De rechtbank vindt dat de door eiseres verrichte inspanningen uit de eerste inburgeringstermijn niet meetellen bij het bepalen van de hoogte van de boete. De rechtbank verlaagt de boete ambtshalve naar € 800,- vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep is daarom gegrond, maar alleen voor wat betreft de hoogte van de boete.
Betrokken advocaten
mr. G.J.M. Naber
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:7, Centrale Raad van Beroep, 08-01-2026, 23/3046 WSF
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6154, Raad van State, 17-12-2025, 202307055/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1759, Centrale Raad van Beroep, 28-11-2025, 24/2446 WSFBSF
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1735, Centrale Raad van Beroep, 27-11-2025, 24/2558 WSF
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 december 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/4218
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:14165