ECLI:NL:RBROT:2025:2182, Rechtbank Rotterdam, 21-02-2025, ROT 22/2138 en ROT 22/2144 en ROT 22/2174 — RBROT:2025:2182
Samenvatting
MK Omgevingsrecht. Wabo en Omgevingswet. Beroep van eisers tegen de omgevingsvergunning die het college aan vergunninghoudster heeft verleend voor het bouwen van 11 nieuwbouwwoningen en het verbouwen van de commerciële ruimte in de bestaande hoekbebouwing ten behoeve van gebruik als dienstverlening (bestreden besluit 1). Het college heeft nadien een gewijzigde omgevingsvergunning aan vergunninghoudster verleend voor het verbouwen van het bestaande hoekpand naar drie woningen, het verplaatsen van de bergingen voor de 11 woningen (bestreden besluit 2). De rechtbank is van oordeel dat de wijziging van de omgevingsvergunning ondergeschikt is (artikel 6:19 van de Awb). Er is in het geval dat op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb hangende beroep tegen het bestreden besluit 1 een wijzigingsbesluit is genomen geen apart overgangsrecht opgenomen, zodat de Omgevingswet van toepassing is op het bestreden besluit 2 omdat de aanvraag na 1 januari 2024 is ingediend. Voor bestreden besluit 1 geldt wel het oude recht (Wabo). Eisers 1 hebben als enige gereageerd op bestreden besluit 2 dat ziet op het aspect parkeren. Ten aanzien van bestreden besluit 1 heeft het college, voor zover wordt afgeweken van de maximale toegestane bouwhoogte van 4 meter voor de 11 woningen, met artikel 4, eerste lid, van bijlage II van het Bor kunnen afwijken. De uitbreiding van een hoofdgebouw kan direct bij de realisatie van dat hoofdgebouw worden meegenomen. Het college heeft zich daarbij in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot de parkeereis heeft het college zich ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen strijd is met een goede ruimtelijke ordening dan wel evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het toetsingskader om af te wijken van de in de beleidsregels gegeven norm is zowel onder het oude als nieuwe recht hetzelfde. Het college heeft gemotiveerd toegelicht dat afwijking in dit geval toelaatbaar is. De beroepen zijn ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. A. Wintjes
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:15357, Rechtbank Rotterdam, 31-12-2025, ROT 25/9979
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25991, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, 23/2999
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24224, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, 25/1523
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6147, Raad van State, 17-12-2025, 202405927/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 februari 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 22/2138 en ROT 22/2144 en ROT 22/2174
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:2182