ECLI:NL:RBROT:2025:7479, Rechtbank Rotterdam, 19-06-2025, ROT 24/9509 — RBROT:2025:7479
Samenvatting
In deze uitspraak oordeelt de rechtbank dat verweerder de niet-rechthebbende echtgenote van eiser terecht heeft meegeteld als kostendeler voor de berekening van de kostendelersnorm van de bijstandsuitkering die verweerder met het besluit van 15 december 2023 met ingang van 24 mei 2023 heeft toegekend. Nu eiser desgevraagd niet met stukken heeft onderbouwd dat sprake is van zeer bijzondere omstandigheden, was verweerder niet gehouden de bijstand af te stemmen op de omstandigheden, de mogelijkheden en de middelen van eiser zoals bedoeld in artikel 18 van de Participatiewet (Pw). Evenmin heeft eiser aannemelijk gemaakt dat sprake is van een buitensporige last (zoals bedoeld in artikel 1, Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EP).
Betrokken advocaten
mr. R. Kü
eiser
mr. E. Calmera
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:48, Centrale Raad van Beroep, 14-01-2026, 24/2353 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:7281, Rechtbank Midden-Nederland, 11-12-2025, UTR 23/3173
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9670, Rechtbank Amsterdam, 10-12-2025, 25/2377
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1834, Centrale Raad van Beroep, 10-12-2025, 25/293 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 juni 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 24/9509
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:7479