ECLI:NL:RBROT:2025:864, Rechtbank Rotterdam, 23-01-2025, ROT 24/1525 — RBROT:2025:864
Samenvatting
Verzoek om openbaarmaking. Het standpunt van eiseres dat de ACM ook bij gegevens en inlichtingen verkregen in verband met uitvoering van een haar opgedragen taak zou moeten beoordelen of deze documenten informatie bevatten die niet binnen het bereik van artikel 7, eerste lid, van de Iw valt, berust op een te beperkte lezing van de door haar aangehaalde uitspraak van het CBb. Deze uitspraak had namelijk betrekking op een weigering om door de ACM vervaardigde documenten openbaar te maken op grond van artikel 7, eerste lid, van de Iw, omdat daarin informatie was opgenomen die gegevens of inlichtingen in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Iw bevatte of daarop voortbouwde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het CBb met deze uitspraak geen nader onderzoek willen opleggen om te beoordelen of alle informatie in verkregen documenten binnen de geheimhoudingsplicht van artikel 7, eerste lid, van de Iw valt. Voor gegevens en inlichtingen verkregen in verband met uitvoering van een aan de ACM opgedragen taak geldt dus onverkort de hoofdregel dat deze uitsluitend openbaar mogen worden gemaakt, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van een taak als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Iw. De stukken die de ACM heeft ontvangen van zowel de ANVR als de Consumentenbond vallen binnen het bereik van artikel 7 van de Iw. Deze documenten zijn terecht geweigerd op grond van artikel 7 van de Iw. De overige documenten borduren voort op de hiervoor bedoelde van de ANVR en de Consumentenbond verkregen documenten dan wel zijn op basis van deze verkregen gegevens en inlichtingen door de ACM vervaardigd. Zodra het om een door of in opdracht van ACM vervaardigd document gaat, dient de toetsing van de openbaarmaking geheel onder artikel 12w van de Iw plaats te vinden, ook al bevat dit document informatie die onder artikel 7, eerste lid, van de Iw valt. De ACM heeft toereikend gemotiveerd waarom zij op grond van artikel 12w in samenhang met artikel 12u van de Iw niet over zal gaan tot openbaarmaking van deze documenten. Nu het gaat om correspondentie over hetzelfde onderwerp met dezelfde partijen kan een meer algemene toelichting, in plaats van een toelichting per document, volstaan. In de tekst van de Iw of rechtspraak ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het standpunt van eiseres dat de ACM per document, waarvan de ACM van oordeel is dat openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het opgedragen toezicht op de naleving, zou moeten beoordelen welke onderdelen van dat document wel (deels) openbaar gemaakt zouden kunnen worden. In de mogelijkheid van gedeeltelijke openbaarmaking is in artikel 12w, tweede lid, van de Iw slechts voorzien voor documenten waarvan de openbaarmaking niet in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het opgedragen toezicht op de naleving. Zoals ter zitting door de gemachtigde van de ACM is toegelicht, kan aan die stap niet worden toegekomen, nu het oordeel is dat openbaarmaking wel in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het opgedragen toezicht op de naleving, namelijk omdat openbaarmaking ertoe kan leiden dat de ACM en marktpartijen zich terughoudend opstellen bij het uitwisselen van informatie in het kader van dat toezicht, omdat die mogelijk voor een ieder openbaar wordt. Dat schaadt het doel en de effectiviteit van het toezicht. De rechtbank kan de ACM hierin volgen. Bij een beslissing tot openbaarmaking is geen plaats voor het meewegen van de individuele belangen van de verzoeker. Openbaarmaking in de zin van de Iw betekent, net als openbaarmaking op grond van de Wob/Woo, het voor een ieder openbaar maken. Hieruit volgt dat de ACM terecht de specifieke belangen van eiseres niet heeft betrokken bij de beoordeling van het verzoek tot openbaarmaking. Tenslotte heeft de ACM toegelicht dat zij informatie die zij wel openbaar kan maken, om de markt voor te lichten over de na te leven wettelijke verplichtingen, actief openbaar maakt. De ACM heeft er daarbij terecht op gewezen dat zij op haar website veelvuldig informatie over de uitvoering van haar toezichtstaak openbaar maakt, zo ook over de uitgangspunten voor online prijstransparantie in de reisbranche.
Betrokken advocaten
mr. L.H. Partiman
eiser
mr. L. Elzas
eiser
mr. L.M. Klinkhamer
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:2252, Rechtbank Rotterdam, 05-03-2026, ROT 23/6873
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
ECLI:NL:CBB:2025:569, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 21-10-2025, 23/1834
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:11743, Rechtbank Rotterdam, 14-10-2025, ROT 24/4550
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:6688, Rechtbank Amsterdam, 20-08-2025, C/13/762081 / HA ZA 25-22
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 januari 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 24/1525
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:864