ECLI:NL:RBROT:2025:9453, Rechtbank Rotterdam, 07-08-2025, ROT 24/8153 — RBROT:2025:9453
Samenvatting
Het beroep van eiseres tegen de aan haar opgelegde boete is ongegrond. Overtreding kartelverbod. Met haar gedragingen heeft eiseres in de periode januari 2015 tot en met december 2018 geregeld de online wederverkoopprijzen van ten minste zeven detailhandelaren vastgesteld en daarmee de vrijheid van deze detailhandelaren beperkt om hun wederverkoopprijzen te bepalen. De ACM heeft deze gedragingen terecht gekwalificeerd als een overeenkomst en/of onderling afgestemde gedraging (o.a.f.g.). Het gaat hier om een verticale strekkingsbeperking. Anders dan eiseres meent zijn contractuele dwang, sancties of directe financiële prikkels geen voorwaarden voor de vaststelling van een verticale strekkingsbeperking. Een overeenkomst en/of o.a.f.g. die bestaat uit het rechtstreeks of zijdelings bepalen van de aan- of verkoopprijzen is een hardcore-beperking. Uit het arrest Super Bock (ECLI:EU:C:2023:590) volgt dat ook bij een hardcore-beperking nog moet worden beoordeeld of de overeenkomst of o.a.f.g. voldoende schadelijk is voor de mededinging. De rechtbank begrijpt dit arrest, zoals zij eerder ook eerder in ECLI:NL:RBROT:2023:10490 heeft overwogen, zo dat die beoordeling vereist is omdat ook bij een hardcore beperking niet is uitgesloten dat in het concrete geval de mededinging onvoldoende wordt geschaad omdat bijvoorbeeld prijs een minder belangrijke concurrentieparameter is. Anders dan eiseres stelt hoeft de ACM bij de beoordeling of sprake is van een mededingingsbeperkende strekking niet te onderzoeken of de concurrentie tussen merken (interbrand-concurrentie) wordt verzwakt. De rechtbank is van oordeel dat de ACM voldoende heeft gemotiveerd dat de gedragingen voldoende schadelijk voor de mededinging zijn. De ACM is terecht uitgegaan van een enkele voortdurende inbreuk. De opgelegde boete is passend en geboden.
Betrokken advocaten
mr. M. Rekker
eiser
mr. R.W. Geertsema
eiser
mr. A. Makkinga
eiser
mr. A. Vossestein
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:34, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-02-2026, 23/2033
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:361, Rechtbank Midden-Nederland, 14-01-2026, UTR 24/4317, UTR 24/3729, UTR 24/3724, UTR 24/3976, UTR 24/3732, UTR 24/3733 en UTR 24/2541
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:392, Rechtbank Rotterdam, 09-01-2026, ROT 25/1407
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:7423, Rechtbank Midden-Nederland, 18-12-2025, UTR 25/1460 en UTR 25/1461
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 augustus 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 24/8153
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:9453