Utrechters falen in klacht over warmteprijs bij Eneco — RBROT:2026:3315
warmteregulering / handhavingsverzoek rendementstoets Warmtewet
Eiser / verzoeker
Twee bewoners uit Utrecht
Verweerder / gedaagde
Autoriteit Consument & Markt (ACM)
Het beroep is ongegrond verklaard; de afwijzing van het handhavingsverzoek over 2022 blijft in stand en eisers ontvangen geen proceskostenvergoeding.
- Voor het jaar 2022 ontbreekt een wettelijke maatstaf voor 'redelijk rendement', waardoor de ACM de rendementstoets niet kon uitvoeren.
- De benodigde beleidsregels voor de rendementstoets (waaronder het WACC-besluit) zijn pas in augustus 2023 vastgesteld na zorgvuldige voorbereiding.
- De stelling dat de ACM al in 2021 een rendementsnorm had kunnen vaststellen, wordt verworpen omdat een zorgvuldige publiekrechtelijke grondslag vereist is voor belastende besluiten.
- Het beroep richt zich uitsluitend op 2022; de afwijzing voor 2023 (op grond van prioriteringsbeleid) blijft buiten de beoordeling.
Samenvatting
Twee bewoners uit Utrecht vonden dat zij te veel hadden betaald voor hun warmte-afname bij Eneco Warmte en Koude Leveringsbedrijf (EWK) en dienden een klacht in bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Ze wilden dat de toezichthouder een zogeheten rendementstoets zou uitvoeren: een wettelijk instrument waarmee gecontroleerd kan worden of een warmteleverancier een buitensporig hoge winst maakt. Als dat het geval is, kan de ACM ingrijpen en die extra winst terugverdisconteren in toekomstige tarieven. De klacht richtte zich op het jaar 2022.
De ACM wees het verzoek al in november 2024 af en bleef daarbij na bezwaar in mei 2025. De reden: voor 2022 bestond er simpelweg geen wettelijke maatstaf aan de hand waarvan beoordeeld kon worden wat een 'redelijk rendement' voor een warmteleverancier is. Pas in augustus 2023 heeft de ACM de benodigde beleidsregels vastgesteld: de Beleidsregel rendementstoets warmte, de Beleidsregel Regulatorische accountingregels en het zogeheten WACC-besluit. Daarin is voor de periode 2023-2025 vastgelegd welk rendement warmteleveranciers maximaal mogen behalen en hoe dat berekend wordt.
De eisers waren het hier niet mee eens. Zij voerden aan dat de ACM die maatstaf al direct bij de inwerkingtreding van de relevante wetsbepaling in oktober 2021 had kunnen vaststellen — dat is immers een politieke keuze, zo redeneerden zij. Als voorbeeld noemden zij dat de ACM ook gewoon had kunnen bepalen dat 8% een redelijk rendement is.
De rechtbank Rotterdam verwerpt dit betoog. Om belastende besluiten te kunnen nemen op basis van een rendementsnorm, is een zorgvuldig en publiekrechtelijk vastgestelde maatstaf vereist. De wet zegt bovendien uitdrukkelijk dat de ACM nadere regels moet opstellen voordat zij de rendementstoets daadwerkelijk kan uitvoeren. Het was ook in de toelichting bij de wet al voorzien dat het na inwerkingtreding van de bevoegdheid nog enige jaren zou duren voordat de ACM concreet tegen individuele leveranciers kon optreden. De ACM heeft die regels zorgvuldig voorbereid — met een adviesrapport, een consultatie in de sector en het verwerken van zienswijzen — en ze pas in augustus 2023 vastgesteld. Dat tijdspad is volgens de rechtbank dan ook niet onterecht.
Because er voor het jaar 2022 geen geldende rendementsnorm bestond, kon de ACM het handhavingsverzoek voor dat jaar rechtmatig afwijzen. Wat EWK in dat jaar feitelijk aan rendement behaalde, is daarmee juridisch irrelevant: zonder norm valt er niets te toetsen. De vraag of het rendement werkelijk te hoog was, kon de rechtbank dus ook niet inhoudelijk beantwoorden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De afwijzing van het handhavingsverzoek over 2022 blijft daarmee in stand. De eisers krijgen het betaalde griffierecht niet terug en ontvangen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5740, Raad van State, 26-11-2025, 202207124/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:3355, Rechtbank Noord-Nederland, 15-08-2025, LEE 22/4478
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:3357, Rechtbank Noord-Nederland, 15-08-2025, LEE 23/708 en LEE 23/892
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:CBB:2025:290, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 06-05-2025, 23/290
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 25/4656
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3315