ACM hoeft vliegtuigoverlast bij nieuwbouwwijk niet te handhaven — RBROT:2026:3317
handhaving oneerlijke handelspraktijken / consumentenbescherming / nieuwbouwreclame
Eiser / verzoeker
Vereniging Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast (BTV)
Verweerder / gedaagde
Autoriteit Consument & Markt (ACM)
Het beroep van BTV is ongegrond verklaard; de ACM hoeft geen handhavend optreden in te stellen tegen de gemeente en projectontwikkelaars.
- De ACM mocht het handhavingsverzoek afwijzen op grond van haar prioriteringsbeleid, omdat nader onderzoek niet doeltreffend en niet doelmatig is.
- BTV beriep zich op publiekrechtelijke normen (zorgplicht gemeente als overheid), maar de Wet OHP ziet op de gemeente als handelaar — publiekrechtelijke normen vallen hier niet onder.
- De ACM hoeft geen externe experts in te huren om te beoordelen of de website oneerlijke handelspraktijken bevat; dat maakt verder onderzoek onevenredig kostbaar en dus niet doelmatig.
- Beoordeling van de rechtmatigheid van vergunningverlening en het bestemmingsplan is een taak van de bestuursrechter, niet van de ACM.
- Na de aanpassingen van de website — waarbij informatie over de nabijheid van het vliegveld, de HSL en de snelweg werd toegevoegd — zag de ACM op het eerste gezicht geen overtreding meer van de Wet OHP.
Samenvatting
Een Rotterdamse bewonersvereniging die zich verzet tegen vliegtuigoverlast heeft geprobeerd de Autoriteit Consument & Markt (ACM) te dwingen op te treden tegen misleidende reclame voor een nieuwbouwproject nabij Rotterdam The Hague Airport. De rechter heeft dat beroep verworpen.
De Vereniging Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast (BTV) diende in 2023 een handhavingsverzoek in bij de ACM. De aanleiding: op de website van woningbouwproject 'Thuis in Wilderszijde' ontbrak volgens BTV cruciale informatie over de ligging van het project — namelijk de nabijheid van het vliegveld, de Hoge Snelheidslijn en een snelweg in aanleg. Potentiële kopers zouden zo een geïnformeerde beslissing niet kunnen nemen.
Na een eerste onderzoek sprak de ACM de gemeente Lansingerland en projectontwikkelaars BPD en Batenburg Bouw & Ontwikkeling aan op mogelijke overtredingen van de Wet Oneerlijke Handelspraktijken. De partijen pasten hun website vervolgens aan en vermeldden voortaan wél informatie over de nabijgelegen infrastructuur. BTV vond die aanpassingen onvoldoende en hield vast aan haar handhavingsverzoek.
De ACM wees het verzoek af. Verdere handhaving was volgens de toezichthouder niet doeltreffend, omdat BTV eigenlijk vroeg of de gemeente vergunningen rechtmatig had verleend en of het bestemmingsplan correct tot stand was gekomen — beoordeling daarvan is een taak van de bestuursrechter, niet van de ACM. Bovendien zou nader onderzoek niet doelmatig zijn: de ACM zou dure externe experts moeten inhuren voor gespecialiseerde kennis over geluidsniveaus en gezondheidseffecten van vliegtuigoverlast, kennis die zij zelf niet in huis heeft.
BTV bestreed dit in de rechtszaal. Zij stelde dat de ACM ten onrechte had nagelaten te beoordelen of de gemeente haar actieve informatieplicht schond door te zwijgen over de groeiplannen van het vliegveld en de gecumuleerde geluidsbelasting. Ook zou de ACM de aangeleverde rapporten gewoon zelf kunnen beoordelen, omdat die waren opgesteld om het publiek en de Tweede Kamer te informeren — geen specialistische kennis vereist dus.
De rechtbank volgt de ACM in haar redenering. Een belangrijk struikelblok is dat BTV de gemeente aansprak op publiekrechtelijke normen — de zorgplicht die op de gemeente als overheidsorgaan rust. Maar de regels over professionele toewijding in het Burgerlijk Wetboek zien op de gemeente als handelaar, niet als overheid. Publiekrechtelijke normen vallen daar niet onder. Dat verweer van BTV treft dan ook geen doel.
Over de doelmatigheid oordeelt de rechter dat de ACM voldoende heeft onderbouwd waarom nader onderzoek te kostbaar is. Het feit dat rapporten zijn geschreven om het publiek te informeren, betekent niet automatisch dat een toezichthouder ze zonder inhoudelijke expertise kan beoordelen. Informeren is immers iets anders dan het vormen van een zelfstandig inhoudelijk oordeel.
De rechtbank verklaart het beroep van BTV ongegrond. De afwijzing van het handhavingsverzoek door de ACM blijft in stand.
Betrokken advocaten
mr. A.N. Krol
eiser
mr. C. LeBlond
verweerder
mr. A. El Baghdadi
verweerder
mr. M.S. van der Steld
gemeente Lansingerland
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:15, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-01-2026, 24/950
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:12967, Rechtbank Rotterdam, 11-11-2025, ROT 24/7554
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
ECLI:NL:CBB:2025:132, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-03-2025, 23/757
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:9009, Rechtbank Rotterdam, 18-09-2024, ROT 23/5752
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Mededingingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 25/3044
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3317