ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6524, Rechtbank 's-Gravenhage, 21-11-2002, AWB 02/81158, 02/81159 — RBSGR:2002:AF6524
Samenvatting
Somalië / traumatabeleid / alleenstaande vrouw. Verzoekster stelt dat verweerder haar beroep op het traumatabeleid niet slechts onder verwijzing naar een vestigingsalternatief had mogen afwijzen. Daarnaast stelt verzoekster dat zij als alleenstaande vrouw van de minderheidsclan Galadi op grond van TBV 2002/29 in aanmerking komt voor toelating. Met betrekking tot verzoeksters beroep op het traumatabeleid overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder in het bestreden besluit ter onderbouwing van zijn standpunt heeft verwezen naar het gestelde in hoofdstuk C1/4.4.2.3 Vc 2000 en niet is ingegaan op het gestelde in hoofdstuk C1/3.3.3.1 Vc 2000, waarin staat dat een binnenlands vestigingsalternatief niet wordt tegengeworpen indien artikel 29, eerste lid onder c, Vw 2000 van toepassing is. Nu de voornoemde passages in de Vc 2000 niet met elkaar overeen lijken te stemmen ontbeert het besluit naar het oordeel van de voorzieningenrechter op dit punt een deugdelijke motivering. Met betrekking tot de grief van verzoekster dat haar, als alleenstaande vrouw behorende tot een minderheidsgroep, op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw 2000 verblijf toekomt, overweegt de voorzieningenrechter dat verzoekster heeft gewezen op het ambtsbericht van 4 juli 2002, waaruit blijkt dat alleenstaande vrouwen, die niet kunnen terugvallen op een sociaal vangnet van hun minderheidsgroep in het relatief veilige deel van Somalië in een persoonlijk onveilige situatie terecht kunnen komen. Verweerder heeft in het bestreden besluit het standpunt dat verzoekster een verblijfsalternatief heeft, onderbouwd met een verwijzing naar het ambtsbericht van 12 juni 2001 waarin de betreffende passage over alleenstaande vrouwen uit minderheidsgroepen niet voorkomt. De voorzieningenrechter acht het bestreden besluit ook op dit punt onvoldoende gemotiveerd. De verwijzing van verweerder naar uitspraken van de ABRS van 30 juli 2002 leidt niet tot een ander oordeel, nu bij de beoordeling van die zaken het ambtsbericht van 4 juli 2002 niet betrokken is. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2024:821, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12-11-2024, 22/2277
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8661, Rechtbank 's-Gravenhage, 05-12-2005, AWB 01/65074, e.v.
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBSGR:2004:AP5030, Rechtbank 's-Gravenhage, 03-03-2004, AWB 02/96205
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7908, Rechtbank 's-Gravenhage, 10-04-2003, AWB 03/17881
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 november 2002
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 02/81158, 02/81159
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6524