ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7908, Rechtbank 's-Gravenhage, 10-04-2003, AWB 03/17881 — RBSGR:2003:AF7908
Samenvatting
AC-procedure / ama. Eiser is afkomstig uit Somalië, tien jaar oud en zwaar astmatisch. Eiser zou door zijn begeleidster op een station zijn achtergelaten en zou na de nodige ontberingen zijn terechtgekomen bij zijn tante. Deze heeft enige dagen later voor hem een aanvraag om verblijfsvergunning asiel ingediend en ondertekend. De rechtbank overweegt ambtshalve dat de omstandigheid dat genoemd familielid zich vervolgens kort na indiening van die aanvraag als zaakwaarnemer heeft teruggetrokken en te kennen heeft gegeven geen verantwoordelijkheid voor eiser te willen aanvaarden voor verweerder geen reden heeft behoeven te zijn om aan te nemen dat daarmee niet langer sprake was van een rechtsgeldige aanvraag. In aanmerking genomen dat ten behoeve van eiser nog geen (voorlopige) voogdijregeling tot stand was gekomen zou een dergelijke benadering weinig voor de hand liggen, nog daargelaten hoe die benadering zich zou verhouden tot artikel 3 IVRK. Ook aan de omstandigheid dat in het onderhavige geval geen wettelijke vertegenwoordiger valt aan te wijzen die een voor het instellen van beroep vereiste volmacht kan hebben afgegeven ziet de rechtbank, om redenen die voor zich spreken, voorbij. De rechtbank overweegt verder dat eiser het tijdens de AC-procedure in wezen heeft moeten stellen zonder rechtshulpverlener. Weliswaar is er van de zijde van de SRA (op voorhand) een zwaarwegend advies opgesteld alsook een reactie op verweerders voornemen tot afwijzing van de aanvraag, maar beide geschriften gaan niet in op de inhoudelijke kant van de zaak doch zijn procedureel van aard. De aangevoerde argumenten stemmen overeen met de principiële bezwaren die de SRA ertoe hebben doen besluiten niet langer mee te werken aan het horen van ama’s onder de twaalf jaar op het AC. Bij de gehoren zelf heeft eiser elke ondersteuning gemist. Eiser kon niet terugvallen op een begeleider. Een situatie waarin een relaas kan worden geverifieerd of gecomplementeerd aan de hand van verklaringen van meereizende familieleden deed zich in eisers geval niet voor. Niet van belang ontbloot is verder dat wegens afwezigheid van een rechtshulpverlener geen gebruik is gemaakt van de in de AC-procedure bestaande mogelijkheden van voorbereiding en nabespreking. Correcties en aanvullingen op de verslagen zijn niet opgesteld, hetgeen - gelet op de omstandigheid dat eiser er geheel alleen voor stond - geen verbazing kan wekken. De rechtbank is, gezien dit alles, van oordeel dat het ook voor verweerder duidelijk moet zijn geweest dat een verhoor onder de omstandigheden als hierboven omschreven geen besluit kan opleveren dat aan de eisen van zorgvuldigheid voldoet. Een en ander voert tot de slotsom dat het bestreden besluit wegens strijd met de zorgvuldigheidsnorm van artikel 3:2 Awb voor vernietiging in aanmerking komt. Beroep gegrond.
Betrokken advocaten
mr. H.W.F. Klarenaar
eiser
mr. P.C. Mostert
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2023:14719, Rechtbank Den Haag, 26-09-2023, NL23.19140
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:13773, Rechtbank Den Haag, 29-08-2023, NL23.14575
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:1719, Rechtbank Den Haag, 13-02-2023, NL23.1259
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:1723, Rechtbank Den Haag, 13-02-2023, NL23.1260
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 april 2003
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 03/17881
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7908