ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5117, Rechtbank 's-Gravenhage, 24-03-2011, AWB 09-34887, AWB 09-43269, AWB 09-48627 — RBSGR:2011:BQ5117
Samenvatting
Medische noodsituatie, BMA, feitelijke toegankelijkheid, 3 EVRM. Eiseres vraagt om verlenging van haar verblijfsvergunning onder de beperking medische noodsituatie. Eiseres heeft nadien in Nederland een niertransplantatie ondergaan. Verweerder wijst de aanvraag af onder verwijzing naar adviezen van Bureau Medische Advisering (BMA). Daaruit blijkt dat de behandeling van eiseres, medicatie en controles door een specialist, in Ghana beschikbaar is. Eiseres betwist dit. De rechtbank leidt uit de door eiseres overgelegde brieven van haar behandelaars vooral af, dat zij vermoeden dat die medicijnen en controles niet feitelijk beschikbaar zijn voor eiseres in Ghana en dat de kwaliteit van de gezondheidszorg daar slechter zal zijn. Dergelijke niet gestaafde vermoedens kunnen niet leiden tot gerede twijfel aan de juistheid van de inhoud van het deskundighedenadvies dat het BMA heeft uitgebracht. Bovendien wordt de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg in het herkomstland volgens beleid van verweerder niet in de afweging betrokken, evenmin als de omstandigheid dat de kwaliteit van de medische zorg in Ghana minder is dan die hier te lande. Er is dus geen grond voor het oordeel dat het advies van het BMA naar inhoud niet inzichtelijk en concludent is. Voor zover eiseres heeft bedoeld te betogen dat het beleid over de feitelijke toegankelijkheid tot medische zorg in het land van herkomst onredelijk is, is de rechtbank van oordeel dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat dit beleid niet onredelijk is. Het beroep van eiseres op artikel 3 EVRM faalt, nu uit de brieven van haar behandelaars niet blijkt dat eiseres lijdt aan een ongeneeslijke ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium. Beroepen ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. H.D. Streef
eiser
mr. J. Jager
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2020:1168, Raad van State, 29-04-2020, 201601536/3/V3 en 201601554/3/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2020:1838, Rechtbank Den Haag, 04-03-2020, AWB 19/3059 T
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2020:1601, Rechtbank Den Haag, 20-01-2020, AWB - 19 _ 7716
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2020:199, Rechtbank Den Haag, 13-01-2020, AWB - 19 _ 3242
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 maart 2011
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 09-34887, AWB 09-43269, AWB 09-48627
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5117