ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8829, Rechtbank 's-Gravenhage, 21-10-2011, 09/748801-09 — RBSGR:2011:BT8829
Samenvatting
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Daarnaast wordt het openbaar ministerie gedeeltelijk niet ontvankelijk verklaard in de vervolging terzake feit 1.B. en volgen overigens voor dat feit vrijspraken op onderdelen. De rechtbank verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: ten aanzien van feit 2: het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; ten aanzien van feit 3: het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die van rechtswege is verboden; ten aanzien van feit 4: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2 van de Sanctiewet 1977, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd. Gevangenisstraf voor de duur van zes jaren. Verdachte had een hoge positie binnen de criminele en verboden organisatie de LTTE. De LTTE heeft de Tamildiaspora gebruikt voor het inzamelen van gelden, welke gelden deze organisatie gebruikte voor haar doelstellingen op Sri Lanka. Verdachte was aangesteld als internationaal financieel verantwoordelijke en hield gedurende vele jaren daadwerkelijk ten behoeve van de LTTE een financiële administratie bij voor een groot aantal landen, waaronder Nederland. Daartoe onderhield verdachte contacten met de LTTE op Sri Lanka en had hij eveneens contacten in die andere landen. Ook nadat de LTTE, zoals verdachte wist, op de Europese sanctielijst was geplaatst zette hij zijn werkzaamheden voort. Verdachte heeft met zijn werkzaamheden onderdeel uitgemaakt van de criminele organisatie van de LTTE in Nederland. Deze organisatie hield zich in Nederland voornamelijk bezig met fondsenwerving ter ondersteuning van de LTTE op Sri Lanka. De organisatie heeft hierbij ook het oogmerk gehad dwang uit te oefenen op de Tamils in Nederland om geld te doneren. Verdachte was zich bewust van het feit dat de LTTE op de Europese terrorismelijst stond en dat hun activiteiten verboden waren. Dit heeft verdachte niet weerhouden om zijn functie binnen de LTTE te blijven uitvoeren. Verdachte heeft hiermee zeer bewust zowel de Europese regelgeving als de nationale wetgeving naast zich neergelegd. Gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de spilfunctie van verdachte binnen de internationale organisatie van de LTTE en gezien de manier waarop verdachte op een rechtvaardigende manier tegen zijn strafbaar handelen aankijkt, is een gevangenisstraf van aanzienlijke duur geboden, ook om verdachte te weerhouden in de toekomst opnieuw vanuit zijn ideologische motivatie de wet- en regelgeving te overtreden.
Betrokken advocaten
mr. H. Seton
verdachte
mr. M.J.M. Nieuwenhuis
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:1328, Rechtbank Amsterdam, 29-01-2026, 1330177425
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:1330, Rechtbank Amsterdam, 29-01-2026, 1329177125
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:432, Rechtbank Amsterdam, 22-01-2026, 13-143066-22
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:207, Rechtbank Amsterdam, 06-01-2026, 1324004725
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 oktober 2011
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
09/748801-09
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8829