ECLI:NL:RBZWB:2019:1601, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-04-2019, 02-820064-17 — RBZWB:2019:1601
Samenvatting
“Na afwijzing van het preliminair verweer tot niet-ontvankelijkheid van het OM (mondelinge beslissing ter zitting, niet in vonnis), is overgegaan tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan internetoplichting, diefstal met geweld en een fietsendiefstal. Gelet op het grote tijdsverloop in deze zaak, waarbij de Kalsbeek-norm en de door de Hoge Raad vastgestelde redelijke termijn in jeugdzaken van 16 maanden reeds in eerste aanleg met 11 maanden is overschreden, legt de rechtbank verdachte een fors lagere straf op dan gevorderd.”
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8857, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-10-2025, C/02/440797 / JE RK 25-1841 & C/02/440816 / JE RK 25-1845
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:HR:2025:1478, Hoge Raad, 03-10-2025, 23/04640
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8864, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-09-2025, C/02/439156 / FA RK 25-4379
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:4914, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-07-2025, C/02/437552 / JE RK 25-1261
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 april 2019
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
02-820064-17
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2019:1601