ECLI:NL:RBZWB:2022:7232, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-12-2022, 02/998501-14 — RBZWB:2022:7232
Samenvatting
Niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging van verdachte. De rechtbank oordeelt dat het in deze specifieke zaak niet slechts gaat om een overschrijding van de redelijke termijn die zich door strafvermindering kan laten compenseren. De overschrijding van de redelijke termijn is zodanig dat de beginselen van een behoorlijke procesorde geschonden zijn. Daarbij kent de rechtbank gewicht toe aan de omstandigheid dat de officier van justitie de niet-ontvankelijkheid zelf vordert en aan de omstandigheid dat de officier van justitie met verdachte inmiddels tot een afdoeningsvoorstel is gekomen. Ter zitting is de rechtbank gebleken dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie, zich bewust zijnde van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten
Betrokken advocaten
mr. I.M. Koopmans
verdachte
M.J. Sinke
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:7209, Rechtbank Midden-Nederland, 31-12-2025, C/16/592592 / HA ZA 25-234
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5961, Rechtbank Midden-Nederland, 10-11-2025, 16/134213-23 (P)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:6111, Rechtbank Noord-Holland, 04-06-2025, C/15/347615 / HA ZA 24-3 C/15/352989 / HA ZA 24-305
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:2179, Rechtbank Limburg, 10-03-2025, 03.288003.24
Rechtbank Limburg · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 december 2022
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
02/998501-14
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:7232