Juristi.nl
ECLI:NL:RBZWB:2022:7232Strafrecht

ECLI:NL:RBZWB:2022:7232, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-12-2022, 02/998501-14 — RBZWB:2022:7232

Samenvatting

Niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging van verdachte. De rechtbank oordeelt dat het in deze specifieke zaak niet slechts gaat om een overschrijding van de redelijke termijn die zich door strafvermindering kan laten compenseren. De overschrijding van de redelijke termijn is zodanig dat de beginselen van een behoorlijke procesorde geschonden zijn. Daarbij kent de rechtbank gewicht toe aan de omstandigheid dat de officier van justitie de niet-ontvankelijkheid zelf vordert en aan de omstandigheid dat de officier van justitie met verdachte inmiddels tot een afdoeningsvoorstel is gekomen. Ter zitting is de rechtbank gebleken dat verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie, zich bewust zijnde van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten

Betrokken advocaten

mr. I.P. de Groot

verdachte

Adriaanse van der Weel Advocaten, ROTTERDAM

mr. I.M. Koopmans

verdachte

M.J. Sinke

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

5 december 2022

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

02/998501-14

Procedure

Op tegenspraak

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2022:7232

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBZWB:2026:2735
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·9 april 2026
Strafrecht
RBZWB:2026:2737
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·9 april 2026
Strafrecht
RBZWB:2026:2732
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 april 2026
Strafrecht
RBZWB:2026:2733
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 april 2026
Strafrecht
Taakstraf voor opzetaanranding ex-partner op verzoek slachtoffer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 april 2026
Strafrecht