Schuldeiser wint zaak om terugbetaling lening, rente over rente afgewezen — RBZWB:2023:7290
incasso geldlening / bewind en schuldhulpverlening
Eiser / verzoeker
De ex-partner die geld heeft geleend
Verweerder / gedaagde
Bewindvoerder over de goederen van de ex-partner (de lener)
De kantonrechter wees de hoofdvordering van ruim 23.000 euro en de proceskosten toe, maar wees de gevorderde rente over reeds berekende rente af.
- De bewindvoerder werd formele procespartij door in rechte te verschijnen, ook al was de dagvaarding uitgebracht tegen de rechthebbende in persoon.
- Het opnemen van de vordering op de schuldenlijst en het uitblijven van inhoudelijk verweer werd beschouwd als erkenning van de vordering.
- Het argument dat een gerechtelijke procedure de schuldhulpverlening bemoeilijkt, doet niet af aan de gegrondheid van de vordering.
- Rente over reeds berekende rente is wettelijk niet toewijsbaar voor zover die rente niet over een volledig jaar is berekend en de opbouw niet is toegelicht.
- Buitengerechtelijke incassokosten zijn toegewezen inclusief btw, omdat de eisende partij geen ondernemer is.
Samenvatting
Een vrouw uit het westen van Noord-Brabant had ruim twee ton geleend aan haar ex-partner, met wie ze een affectieve relatie had gehad. In juli 2021 legden ze de afspraken schriftelijk vast: hij zou de 22.000 euro in maandelijkse termijnen van 250 euro terugbetalen. Dat ging aanvankelijk goed, maar in oktober 2022 stopte de man met aflossen. Hij had op dat moment nog ruim 18.000 euro openstaan.
Na meerdere aanmaningen liet de man via e-mail weten dat hij de lening niet meer kon terugbetalen en dat hij schuldhulpverlening zou inschakelen. Een budgetbeheerder — later officieel aangesteld als bewindvoerder — nam contact op met de advocaat van de vrouw en nam de schuld op in een overzicht van alle openstaande schulden. Het plan was om op korte termijn een regeling voor te stellen aan alle schuldeisers gezamenlijk.
Toch liet de vrouw in januari 2023 een dagvaarding betekenen. Kort daarna, op 28 januari 2023, stelde de kantonrechter in Bergen op Zoom een bewind in over de bezittingen van de man. Daarmee werd de bewindvoerder de formele procespartij in de rechtszaak. De bewindvoerder voerde geen inhoudelijk verweer tegen de vordering, maar verzocht de rechter de zaak af te wijzen omdat een rechtszaak de schuldhulpverlening zou bemoeilijken en extra kosten zou veroorzaken.
De kantonrechter ging daar niet in mee. Het argument dat een procedure de schuldhulpverlening in de weg staat, doet niets af aan de rechtmatigheid van de vordering zelf. Omdat de bewindvoerder de schuld al op de schuldenlijst had gezet én geen inhoudelijk verweer had gevoerd, werd de vordering als erkend beschouwd.
De rechter wees het gevorderde bedrag van ruim 23.000 euro grotendeels toe. Dat bedrag bestaat uit de resterende hoofdsom van bijna 18.500 euro, wettelijke rente over die hoofdsom berekend tot december 2022 van ruim 3.800 euro, en buitengerechtelijke incassokosten van ruim 1.100 euro. Over die incassokosten wordt ook rente toegewezen, maar dan pas vanaf de datum van de dagvaarding, omdat niet duidelijk was wanneer die kosten daadwerkelijk gemaakt zijn.
Eén onderdeel van de vordering wees de rechter af: de gevorderde rente over al berekende rente. Dat is wettelijk niet toegestaan, tenzij die rente over een volledig jaar is berekend. Omdat de vrouw niet had uitgelegd hoe de berekende rente was opgebouwd, kon de rechter dit deel niet toewijzen.
De bewindvoerder moet daarnaast ook de proceskosten van de vrouw vergoeden, in totaal ruim 2.000 euro. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de vrouw direct tot invordering kan overgaan, ook als de bewindvoerder in hoger beroep zou gaan.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:10229, Rechtbank Gelderland, 10-12-2025, C/05/438296 / HA ZA 24-358
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9666, Rechtbank Amsterdam, 09-12-2025, 11568603
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:7894, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-12-2025, 200.343.326
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2025:12587, Rechtbank Noord-Holland, 29-10-2025, 11442258 \ CV EXPL 24-8647
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 oktober 2023
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
10345636 CV EXPL 23-472 (E)
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:7290