ECLI:NL:RBZWB:2025:662, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-02-2025, 10733150 CV EXPL 23-2546 — RBZWB:2025:662
Samenvatting
Regresvordering. Eiser vordert van gedaagde betaling van € 10.433,76. Partijen waren hoofdelijk verbonden aan een geldleningsovereenkomst. Volgens eiser heeft hij meer betaald, dan gedaagde. Volgens gedaagde klopt dit niet. De Bv heeft het grootste gedeelte afgelost. Eiser is nog geld verschuldigd aan de Bv. Na afweging komt de kantonrechter tot het oordeel dat eiser inderdaad meer heeft betaald dan gedaagde. Eiser heeft haar stelling voldoende onderbouwd met onder meer bankafschriften. Gedaagde heeft zijn betwsisting echter onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter benadrukt daarbij dat de Bv geen partij is in deze procedure. De conclusie is dus dat gedaagde € 7.575,25 (plus rente en kosten) aan eiser moet betalen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:9078, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-11-2025, 11851539 CV EXPL 25-2944 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9421, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-11-2025, 11738094 \ CV EXPL 25-1995
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7847, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-11-2025, 11809119 \ AZ VERZ 25-31 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7554, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-10-2025, 11449436 \ CV EXPL 24-4263 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
5 februari 2025
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
10733150 CV EXPL 23-2546
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:662