Man veroordeeld voor reeks bedreigingen en smaadschrift in Bergen op Zoom — RBZWB:2026:1469
bedreiging / smaadschrift
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld voor drie bedreigingen en twee gevallen van smaadschrift; gedeeltelijk vrijgesproken voor één onderdeel van de bedreiging van de basisschool.
- Rechtbank acht bedreigingen met mes jegens GGZ-medewerkers en ziekenhuismedewerker bewezen op basis van bekennende verklaringen en aangiftes.
- E-mails met lasterlijke beschuldigingen naar tientallen instanties kwalificeren als smaadschrift omdat sprake is van 'ruchtbaarheid geven' aan een breed publiek.
- Het herhaaldelijk noemen van een bekende geweldsslachtoffer tegenover een basisschool wordt aangemerkt als bedreiging met een misdrijf tegen het leven.
- Gedeeltelijke vrijspraak voor de uitlating over het tonen van WhatsApp-gesprekken aan de burgemeester, omdat dit geen bedreiging in de zin van artikel 285 Sr oplevert.
- Verweer dat uitlatingen te absurd waren om als smaad te gelden en dat geen sprake was van rationeel smaadgedrag, wordt door de rechtbank verworpen.
Samenvatting
Een man uit Bergen op Zoom is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld voor meerdere ernstige bedreigingen en twee gevallen van smaadschrift, gepleegd tussen juli 2024 en maart 2025. De zaak schildert een patroon van dreigend en lasterlijk gedrag gericht tegen hulpverleners, bekenden en een basisschool.
Op 7 januari 2025 bedreigde de man meerdere medewerkers van een GGZ-instelling via telefoon, WhatsApp en voicemail. Hij dreigde met een mes naar de instelling te komen om wraak te nemen op een specifiek persoon, en voegde er later aan toe diezelfde medewerker neer te steken. De rechtbank achtte dit bewezen op basis van de aangiftes en de bekennende verklaring van de verdachte ter zitting.
Een paar maanden eerder, op 8 november 2024, had de man via telefoon een medewerker van het Jeroen Bosch Ziekenhuis bedreigd. Hij zou hebben gezegd dat hij een vrouw zou vermoorden, samen met haar kinderen, ouders en de rest van haar familie. Ook dit feit bekende hij bij de politie.
Naast de bedreigingen stuurde de verdachte in de zomer van 2024 meerdere e-mails naar grote groepen instanties en personen. In één e-mail beweerde hij dat iemand de gevangenis in zou gaan wegens een poging tot moord op hemzelf. In een andere e-mail beschuldigde hij een vrouw van verduistering, diefstal, computervredebreuk, vernieling en het doen van valse aangifte. De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van 'ruchtbaarheid geven' omdat de e-mails slechts naar bekende zorginstellingen zouden zijn gestuurd, en dat de uitlatingen zo absurd waren dat niemand ze geloofde.
De rechtbank verwierp dit verweer. Volgens de rechters had de verdachte zijn berichten naar een dermate grote groep personen en instanties gestuurd dat feitelijk sprake was van het ter kennis brengen aan een breed publiek. Bovendien had hij geen zicht op wie de e-mails via de algemene mailadressen zouden lezen. De uitlatingen bevatten concrete, herkenbare beschuldigingen en waren duidelijk gericht op het aantasten van de eer en goede naam van de betrokkenen. De rechtbank achtte beide gevallen van smaadschrift dan ook bewezen.
Bijzonder was de bedreiging op 26 maart 2025, waarbij de verdachte een basisschool in Bergen op Zoom belde en eiste dat er een persconferentie bij BN de Stem zou worden georganiseerd. Als dat niet zou gebeuren, noemde hij herhaaldelijk de naam van een persoon die in de regio bekend staat als slachtoffer van een gewelddadige misdaad. Diezelfde dag stuurde hij ook een bericht aan een maatwerkfunctionaris van de gemeente Bergen op Zoom, waarin hij schreef: 'Ik bel nu een basisschool of ik daar moet slaan.' De rechtbank oordeelde dat het noemen van die specifieke naam op die specifieke wijze objectief gezien reële angst kon opwekken bij de betrokkenen, en dat de verdachte zich bewust moet zijn geweest van de dreigende lading van zijn woorden.
De verdediging pleitte voor vrijspraak ten aanzien van de medewerkers en betrokkenen van de basisschool, maar de rechtbank volgde dit standpunt slechts gedeeltelijk. Eén specifieke uitlating — waarin de verdachte eiste dat WhatsApp-gesprekken aan de burgemeester zouden worden getoond — werd niet als bedreiging aangemerkt en leidde tot een gedeeltelijke vrijspraak.
De rechtbank veroordeelde de verdachte voor alle overige feiten. Over de exacte strafmaat doet het vonnis geen afzonderlijke mededeling in het beschikbare deel van de uitspraak, maar de man stond op het moment van de zitting gedetineerd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:2556, Rechtbank Den Haag, 01-03-2024, C/09/658649 / KG ZA 23-1089
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Rechter wijst inzagevordering Invorderingsbedrijf BV in bewijsbeslag af
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2022:3691, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25-10-2022, 200.296.129_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2021:2762, Rechtbank Midden-Nederland, 30-06-2021, C/16/521740 / KG ZA 21-269
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 maart 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
02.009491.25
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:1469