Juristi.nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:2196Civiel Recht; Verbintenissenrecht

DSW wint premiegeschil: man moet zorgverzekering erkennen — RBZWB:2026:2196

zorgverzekering / premievordering / totstandkoming overeenkomst

Eiser / verzoeker

Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A.

VS

Verweerder / gedaagde

Gedaagde (natuurlijk persoon)

Gedaagde veroordeeld tot betaling van €2.277,87 aan premieachterstand en rente, €48,40 aan incassokosten en €1.073,64 aan proceskosten aan DSW.

  • Zorgverzekeringsovereenkomst kan vormvrij tot stand komen; polisbladen en bevestigingsbrieven volstaan als bewijs
  • Gedaagde kon niet aannemelijk maken dat hij nooit correspondentie ontving, nu hij woonachtig was op het adres waarnaar de post was gestuurd
  • Betalingsregelingen die gedaagde zelf aanging voor de premieachterstand ondermijnen zijn verweer dat er geen overeenkomst bestond
  • Het niet declareren van zorg ontslaat een verzekerde niet van de premieverplichting
  • Rechter wees naast premieachterstand ook wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toe

Samenvatting

Een man uit Tilburg weigerde premie te betalen aan zorgverzekeraar DSW, stellende dat hij nooit een zorgverzekeringsovereenkomst met die verzekeraar had gesloten. De kantonrechter in Tilburg was het daar niet mee eens en veroordeelde hem tot betaling van ruim tweeduizend euro aan achterstallige premies.

Het conflict draait om een zorgverzekering die volgens DSW op 15 december 2022 op naam van de man werd afgesloten. DSW stuurde begin 2023 een bevestigingsbrief met polisblad naar het adres van de man, en volgde dat op met meerdere betalingsherinneringen. De man ontving die brieven naar eigen zeggen nooit, maar de kantonrechter vond dit ongeloofwaardig: hij stond in die periode gewoon ingeschreven op het adres waarnaar de post was gestuurd, en er werden meerdere brieven verstuurd.

De man voerde verschillende verweren aan. Zo stelde hij al bij een andere zorgverzekeraar verzekerd te zijn, maar hij noemde geen naam en leverde ook geen enkel bewijs. Verder wees hij erop dat hij nooit zorg bij DSW had gedeclareerd — maar de rechter stelde vast dat ook wie geen zorg gebruikt, nog altijd verplicht is een zorgverzekering te hebben en daarvoor premie te betalen.

Belangrijker nog: de man had de automatische incasso's weliswaar telkens teruggestort, maar hij had tegelijkertijd wél betalingsregelingen getroffen voor de premieachterstand. In juli 2023 nam hij zelf contact op met incassobureau GGN om een regeling te treffen. Later werden nog meer regelingen overeengekomen, ook via het CAK. Die handelwijze strookt slecht met het standpunt dat er helemaal geen overeenkomst bestond. Dat hij pas in 2025 schriftelijk bezwaar maakte via e-mail, ruim twee jaar na de aanmelding bij DSW, overtuigde de rechter evenmin.

De rechter oordeelde dat DSW met de polisbladen en bevestigingsbrieven voldoende had aangetoond dat er een overeenkomst tot stand was gekomen. Een overeenkomst hoeft immers niet schriftelijk te worden ondertekend; ze kan ook op andere manieren worden gesloten. De man had het bestaan van de overeenkomst onvoldoende gemotiveerd betwist.

De kantonrechter veroordeelde de man tot betaling van €2.277,87 aan achterstallige premies en verschenen rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over €2.012,56 vanaf 7 augustus 2025. Daarbovenop moet hij €48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten vergoeden en €1.073,64 aan proceskosten.

Betrokken advocaten

GGN Brabant

eiser

GGN Brabant

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Zaaknummer

11859729 CV EXPL 25-4293 (E)

Procedure

Bodemzaak

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2026:2196

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Woonstichting Land van Altena krijgt ontruiming leegstaande woning
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·30 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBZWB:2026:2298
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Infomedics wint incassozaak over tandheelkundige behandeling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Rechter laat frauderegistratie zorgaanbieder bij CZ in stand
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Rechter verplicht aannemer tot betaling meerwerk deurdrangers
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·25 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht