Juristi.nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:2292Strafrecht

Minderjarige plaatst vuurwerkbom bij woning in Amsterdam — RBZWB:2026:2292

jeugdstrafrecht / explosief bij woning / vuurwerkbom / Wet wapens en munitie

Eiser / verzoeker

Officier van justitie

VS

Verweerder / gedaagde

Minderjarige verdachte (geboren 2008, Saoedi-Arabië)

Verdachte veroordeeld tot 182 dagen jeugddetentie waarvan 180 voorwaardelijk met proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden, plus een taakstraf in de vorm van een werkstraf; vrijgesproken van het bestanddeel levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.

  • Vrijspraak voor bestanddeel levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel omdat bewoners afwezig waren, geen omstanders in gevaar kwamen en de brand beperkt bleef tot de buitenzijde van de deur
  • Bewezen verklaard: opzettelijk veroorzaken van ontploffing met gevaar voor het pand en naastgelegen woningen, én voorhanden hebben van een geïmproviseerde explosieve constructie (categorie II WWM)
  • Eendaadse samenloop aangenomen voor feiten 1 en 2 omdat beide feiten uit hetzelfde feitencomplex voortvloeien
  • Straf: 182 dagen jeugddetentie waarvan 180 voorwaardelijk, met reclasseringstoezicht, dagbestedingsplicht en medewerking aan diagnostisch onderzoek als bijzondere voorwaarden
  • Financiële beloning als motief en toenemend maatschappelijk probleem van woningexplosies gewogen als strafverzwarende omstandigheid

Samenvatting

Een minderjarige jongen, geboren in Saoedi-Arabië en wonend in Nederland, stond terecht voor het plaatsen en tot ontploffing brengen van een geïmproviseerde bom bij een woning in Amsterdam op 3 juli 2025. De bom bestond uit een cobra 6 en een explosieve lading met brandversnellende vloeistof. Na de ontploffing ontstond brand, die schade aanrichtte aan de voordeur van het pand. De jongen handelde voor financiële beloning en bekende de feiten volledig.

De rechtbank moest onder meer beoordelen of de ontploffing ook levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel had opgeleverd. Hoewel vuurwerkbommen in het algemeen gevaarlijk zijn voor mensen in de omgeving, bleek uit het dossier dat de bewoners niet thuis waren, dat er geen omstanders in de buurt stonden en dat de brand zich niet verder had verspreid dan de buitenzijde van de deur. De brand werd bovendien snel ontdekt en geblust. De enige aanwezige, een ingehuurde beveiliger, verkeerde evenmin aantoonbaar in gevaar. De rechtbank sprak de verdachte dan ook vrij van het onderdeel levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, maar achtte de overige feiten wel bewezen: het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing met gevaar voor het pand en naastgelegen woningen, én het voorhanden hebben van een geïmproviseerde explosieve constructie als verboden wapen.

De rechtbank rekende het de verdachte zwaar aan dat dit soort aanslagen met explosieven bij woningen een groot en groeiend maatschappelijk probleem vormt. Niet alleen de materiële schade, maar ook de psychische impact op bewoners is ingrijpend — de bewoonster verwoordde dit zelf in een slachtofferverklaring. De jongen had kennelijk onvoldoende stilgestaan bij de gevolgen van zijn daad, die hij pleegde voor geld.

Tegelijk hield de rechtbank rekening met zijn persoonlijke omstandigheden. Hij was pas 17 jaar oud ten tijde van het delict, had geen strafblad, werkte volledig mee en toonde spijt. De Raad voor de Kinderbescherming wees op druk van opdrachtgevers waaraan hij zich niet kon onttrekken, en zag geen grote risicofactoren, behalve op het gebied van school. Diagnostisch onderzoek zou meer inzicht kunnen geven in zijn gedrag.

De rechtbank legde de jongen een jeugddetentie op van 182 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder reclasseringstoezicht, het vinden en behouden van dagbesteding en zinvolle vrijetijdsbesteding en medewerking aan diagnostisch onderzoek indien de jeugdreclassering dat nodig acht. De twee dagen die hij al in voorarrest had doorgebracht werden verrekend met het onvoorwaardelijke deel. Daarnaast werd een taakstraf opgelegd in de vorm van een werkstraf.

Betrokken advocaten

mr. G. Demir

verdachte

Demir Advocatuur, BREDA

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

13-202933-25

Procedure

Op tegenspraak

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2026:2292

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Taakstraf voor opzetaanranding ex-partner op verzoek slachtoffer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 april 2026
Strafrecht
Man veroordeeld voor brandstichting bedrijfsbus in 's-Hertogenbosch
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·7 april 2026
Strafrecht
Bredase man veroordeeld voor illegaal vuurwerk en drugs
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·7 april 2026
Strafrecht
Zeeuwse man veroordeeld voor belaging ex-partner gedurende tien maanden
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·3 april 2026
Strafrecht