Juristi.nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:2647Strafrecht

Man veroordeeld voor brandstichting bedrijfsbus in 's-Hertogenbosch — RBZWB:2026:2647

brandstichting / opzettelijke brandstichting

Eiser / verzoeker

Officier van justitie

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte

Verdachte vrijgesproken van twee brandstichtingen en veroordeeld voor één geval van opzettelijke brandstichting tot 240 dagen gevangenisstraf, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met proeftijd van twee jaar.

  • Vrijspraak voor twee van de drie brandstichtingen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs over oorzaak en daderschap.
  • Schakelbewijs verworpen omdat bij de twee vrijgesproken branden de ontstaanswijze onduidelijk bleef, waardoor een herkenbaar patroon ontbrak.
  • Voor de derde brandstichting vol opzet bewezen op basis van camerabeelden; alternatief scenario van verdachte als volstrekt ongeloofwaardig terzijde geschoven.
  • Partiële vrijspraak van levensgevaar: aanwezigheid van bewoners boven pand leverde geen concreet aantoonbaar gevaar voor personen op.
  • Alle schadeclaims van benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard, bij twee wegens vrijspraak en bij één wegens onduidelijkheid over wie de schade leed.

Samenvatting

Een man uit 's-Hertogenbosch stond terecht voor drie brandstichtingen die op 13 oktober 2025 plaatsvonden in en rond de stad. De rechtbank Zeeland-West-Brabant boog zich over de vraag of hij verantwoordelijk kon worden gehouden voor alle drie de branden.

De eerste brand betrof een bedrijfsbus op een parkeerplaats. Hoewel vastgesteld werd dat de verdachte zich daar op dat moment bevond, konden politie en brandweer de oorzaak van de brand niet achterhalen. Omdat onduidelijk bleef of er überhaupt sprake was van brandstichting, sprak de rechtbank de man vrij. Bij de tweede brand, een auto elders in de stad, wees slechts één aanwijzing in de richting van de verdachte: zijn telefoon had een halfuur na het vermoedelijke begin van de brand verbinding gemaakt met het wifi-netwerk van een nabijgelegen sporthal. Dat vond de rechtbank te mager voor een veroordeling, zodat ook voor dit feit vrijspraak volgde.

De officier van justitie had geprobeerd de vrijspraken te omzeilen via zogeheten schakelbewijs: als de drie branden op essentiële punten op elkaar lijken, kan bewijs voor de ene brand bijdragen aan het bewijs voor een andere. De rechtbank ging daar echter niet in mee. Juist omdat bij de eerste twee branden niet duidelijk was hoe ze waren ontstaan, ontbrak het herkenbare patroon dat voor schakelbewijs vereist is.

Voor de derde brand, een bedrijfsbus aan een adres in 's-Hertogenbosch, lag het anders. Camerabeelden toonden aan dat de verdachte de bus opzettelijk in brand had gestoken. De brand sloeg over op een naastgelegen auto en beschadigde een bedrijfspand. De verdachte verklaarde dat hij zijn sleutels had laten vallen en met zijn aansteker licht wilde maken, waarna de bus per ongeluk vlam vatte en hij in paniek wegreed. De rechtbank verwierp dit verhaal als volstrekt ongeloofwaardig: het scenario vond geen enkele steun in het dossier.

De aanklager had ook levensgevaar ten laste gelegd, omdat er mensen woonden boven het beschadigde bedrijfspand. De rechtbank sprak de man daarvan vrij: weliswaar waren er bewoners aanwezig, maar uit het dossier bleek niet van concreet gevaar voor die personen. Wél bewezen achtte de rechtbank dat de brand gemeen gevaar voor de geparkeerde voertuigen en het pand opleverde.

Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de ernst van brandstichting — moeilijk te beheersen, met onvoorspelbare gevolgen — en met het strafblad van de verdachte, waarop eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten en geweldsfeiten staan. Uit psychologisch onderzoek bleek dat de man kampt met borderline- en narcistische persoonlijkheidstrekken, een licht verstandelijke beperking en verslaving aan cocaïne en alcohol. Pyromanie werd niet uitgesloten. De reclassering schatte het recidiverisico als gemiddeld, maar benadrukte dat begeleiding en behandeling cruciaal zijn.

De schadeclaims van gedupeerden die verbonden waren aan de twee vrijgesproken feiten werden niet-ontvankelijk verklaard. Ook de claim van de benadeelde bij de derde brand sneuvelde, omdat de factuur niet op naam van de aangever stond maar op die van de vereniging van eigenaren.

De rechtbank veroordeelde de man tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel zijn bijzondere voorwaarden verbonden: een meldplicht, ambulante behandeling met de mogelijkheid van een kortdurende opname, beheersing van het middelengebruik en begeleiding door Humanitas Homerun. Op de straf wordt het reeds ondergane voorarrest in mindering gebracht.

Betrokken advocaten

mr. T. van den Wildenberg

verdachte

Kurvers Frencken Oerlemans Advocaten in Strafrecht, 'S-HERTOGENBOSCH

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

7 april 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

02-273586-25

Procedure

Op tegenspraak

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2026:2647

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Taakstraf voor opzetaanranding ex-partner op verzoek slachtoffer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·8 april 2026
Strafrecht
Bredase man veroordeeld voor illegaal vuurwerk en drugs
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·7 april 2026
Strafrecht
Jongeman veroordeeld voor verkrachting en mishandeling ex-vriendin
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·3 april 2026
Strafrecht
Poolse bestuurder veroordeeld na ernstig ongeluk door U-bocht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·3 april 2026
Strafrecht